De reizen van Mijnheer Quetelet

De tentoonstelling “De reizen van dhr. Quetelet” werd voorgesteld door de adviseurs van Homegrade ter gelegenheid van de Open Monumentendagen 2019. We hernemen hierna de inhoud ervan.

De reizen van Mijnheer Quetelet

Adolphe Quetelet, wiskundige en statisticus, gepassioneerd door de wetenschap, heeft de ambitie om in Brussel een observatorium voor astronomie en meteorologie op te richten. Om zijn project te ontwikkelen, maakt hij verschillende lange reizen door Europa. Hij reist zowel overdag als ‘s nachts en gebruikt veel transportmiddelen: te voet, per postkoets, per boot, op de rug van een muilezel, …

Parijs, Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië. Hij had de ambitie om reeds bestaande observatoria te bezoeken, vooraanstaande wetenschappers te ontmoeten, deel te nemen aan experimenten en contacten te leggen met de directeuren van de observatoria. Hij moet ook instrumenten voor zijn observatorium aanschaffen. Deze reizen en onderzoeken moesten de oprichting en de werking van het Koninklijk Observatorium van België mogelijk maken.

Bij zijn terugkeer in 1832 wordt hij aangesteld als directeur bij het Observatorium van Brussel en neemt hij zijn intrek in het observatorium.

Deze pagina geeft een levendige voorstelling van de eerste 4 reizen die Quetelet maakte, voordat de activiteiten van het Observatorium van Brussel in 1832 van start gingen.

Eerste reis naar Parijs

(15 augustus 1823 – rond 4 januari 1824)

Gesteund door de regering brengt zijn eerste reis hem in 1823 naar het Observatorium van Parijs. Hij wordt er uitstekend onthaald, volgt een opleiding in de astronomie en ontdekt de instrumenten en de werking van de instelling. De opgedane ervaring en de ter plaatse verzamelde notities maken dat hij bij zijn terugkeer een rapport kan opstellen om de regering te overtuigen van het nut om een observatorium op te richten in onze regio’s. De demarche werpt zijn vruchten af, en het Observatorium wordt officieel opgericht op 8 juni 1826 en de werkzaamheden gaan in 1827 van start.

Adolphe Quetelet heeft nog geen titel en heeft nog nooit een observatorium gezien wanneer hij erin slaagt de regering te interesseren voor zijn project om een observatorium in Brussel op te richten. Hij ontvangt eerst een subsidie om zich de grondbeginselen van de astronomie eigen te maken in het buitenland.

Bij zijn terugkeer in Brussel schrijft Quetelet een rapport om de Regering er definitief van te overtuigen het eerste observatorium in de Zuidelijke Nederlanden te bouwen. Willem I, koning der Nederlanden, geeft bij Koninklijk Besluit van 8 juni 1826 opdracht tot de bouw ervan.

In een brief aan Guillaume Garnier van 10 januari 1824 vertrouwt Adolphe Quetelet hem toe:

“Ik heb het moeilijk om uit mijn betovering te geraken”, “het doek is gevallen en ik praat nog steeds met de goden”

Ontmoeting met Alexis Bouvard

Alexis Bouvard, astronoom, directeur van de sterrenwacht van Parijs

Alexis Bouvard
«Eind 1823 kwam ik aan in Parijs, met het vooruitzicht om in België een observatorium te kunnen bouwen, maar tegelijkertijd in de overtuiging dat heel mijn praktische opleiding nog moest worden gedaan. Mijn eerste taak was om naar het Koninklijk Observatorium [van Parijs] te gaan […]. […] Ik stond op het punt aan te kloppen […], toen Bouvard, die zijn huis verliet om naar de observatieruimtes te gaan, me vroeg wat ik zocht. Eerst vertelde ik hem mijn verhaal, waar deze voortreffelijke man belangstellend naar leek te luisteren; daarna nam hij me mee en bracht me tot bij de astronomische instrumenten, wat voor mij een geheel nieuwe aanblik was. Hij was zo vriendelijk om me het doel en het gebruik ervan uit te leggen en stond me toe om te komen observeren wanneer ik maar wilde.» (1)

(1) QUETELET A., Sciences mathématiques et physiques chez les Belges au commencement du XIXe siècle, H. Thiry-Van Buggenhoudt, Bruxelles, 1866, p.612.

Plan van de tweede verdieping van de Parijse Sterrenwacht

 

Axonometrie van de sterrenwacht van Parijs

Parijse Sterrenwacht, Le Monde Illustré, 1862

Reis naar Engeland

(25 augustus 1827 – 05 oktober 1827)

Op 19 juli 1827 wordt Adolphe Quetelet bij koninklijk besluit aangesteld om naar Londen te gaan, om er de astronomische instrumenten te bestellen voor het Observatorium van Brussel. Daarnaast wil hij de observatoria in Engeland en Schotland waarvan hij de plannen en apparatuur bestudeert. Hij legt contacten met de meest vooraanstaande directeurs en wetenschappers van het land om op de hoogte te blijven van hun werk en neemt deel aan vele experimenten en observaties. “Mijn aanwezigheid [tijdens de werken] werd nu bijna overbodig in Brussel; ik was van mening dat ik mijn tijd beter kon benutten door een bezoek te brengen aan de belangrijkste observatoria van Europa, door de methoden die daar gevolgd worden te leren kennen en door wetenschappelijke betrekkingen tussen ons land en de meest vooraanstaande buitenlandse wetenschappers tot stand te brengen. Ik kreeg eerst toestemming om naar Engeland te gaan; tegelijkertijd vroeg de Regering mij om voorstellen te doen voor de aanschaf van de instrumenten die we nodig hadden. […] Ik heb het advies van de meest bekwame Franse en Engelse astronomen opgevolgd en ik denk dat ik de regering moet vragen om slechts enkele instrumenten aan te kopen, maar die dan wel zo perfect mogelijk moeten zijn.”(2)

Tijdens zijn verblijf in Londen bezoekt A. Quetelet regelmatig dhr.Troughton, om instrumenten bij hem te bestellen.

« Donderdag 18. […] Ik schrijf […] naar dhr. FALCK voor het geld van de instrumenten. Ik ga naar dhr. Troughton en eet daar. Ik koop 2 Optig Mechan schriften. [?]. Maandag 22. […] De gezant geeft mij 90 guineas voor de chronometer en 90 pond voor dhr. Troughton. […] Ik betaal dhr. Troughton. Zaterdag 27. Ik neem mijn goederen bij dhr. Troughton.»

Uittreksel uit het reisdagboek van Quetelet in Engeland, 1827.

(2) QUETELET A., Brief aan dhr. burgemeester van de Stad Brussel, over de bouw van het Observatorium van Brussel, 15 december 1831.

Ontmoeting met Sir James South

Sir James South Sir James South, Astronoom, directeur van de sterrenwacht van Londen.
Gedurende dit verblijf in Engeland knoopt Adolphe Quetelet een professionele en vriendschappelijke relatie aan met James South, astronoom en directeur van de Sterrenwacht van Londen.

A. Quetelet knoopt een professionele en vriendschappelijke relatie met hem aan. Dhr. South stelt hem voor aan collega- astronomen en natuurkundigen, en aan Edward Throughton, de bekende instrumentenbouwer.

« Maandag 15. Ik neem een rijtuig in de buurt van St. Paul en rijd naar Kensington. Na het eten ga ik bij dhr. Troughton, samen met dhr. South.»

Sterrenwacht Radcliffe, Oxford

Sterrenwacht van Mr South in Kensington en Sterrenwacht van Edinburgh

Tekening van een sterrenwacht (?), reisdagboek van A. Quetelet

Sterrenwacht van Greenwich

Sterrenwacht van Greenwich, tekening in de reisdagboeken van A. Quetelet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A. Quetelet reisdagboek in Engeland

Reis naar Duitsland

(juli- oktober 1829)

De werkzaamheden in Brussel duren veel langer dan verwacht, Adolphe Quetelet maakt een reis naar Duitsland waar hij in de zomer van 1829 van de ene stad naar de andere trekt.

“Mijn belangrijkste doel bij het ondernemen van een wetenschappelijke reis naar Duitsland was het bezoeken van de meest opmerkelijke observatoria, en meer te weten over de situatie van de astronomie in dit in vele opzichten zo merkwaardige land, (…).”(3)

In een werk getiteld La correspondance mathématique et scientifique, beschrijft Quetelet nauwgezet elk bezocht observatorium , voegt hun plannen erbij, noteert de lijst van instrumenten die er aanwezig zijn en doet verslag van de uitwisseling met de eminente wetenschappers die hij ontmoet heeft.

Zijn etappes worden ook gekenmerkt door experimenten inzake de magnetische sterkte, die hij uitvoert in de tuinen van zijn verschillende gastheren. Hij stelt de resultaten van zijn werk voor tijdens de bijeenkomst van Duitse natuuronderzoekers in Heidelberg, op het einde van zijn reis.

« Deze korte tijdsspanne is wellicht niet genoeg om een land als Duitsland te leren kennen, maar alles wat ik heb gezien, is kenmerkend voor een zo gunstig mogelijk beeld van de manier waarop de wiskundige en natuurkundige wetenschappen, en in het bijzonder de astronomie, daar worden ontwikkeld. Astronomen zijn er over het algemeen meetkundigen, en sommige zijn eersteklas meetkundigen. »(2)

(3) QUETELET A., La correspondance mathématique et scientifique, tome VI, p.126.
(4) WELLENS-DE DONDER L., “Les premiers voyages scientifiques de Quetelet et la fondation de l’Observatoire royal de Bruxelles”, dans: Bulletin astronomique, Bruxelles, Observatoire royal de Belgique, vol. XI, n°1, 1996, p.101.

Ontmoeting met Heinrich Wilhelm Olbers

Heinrich Wilhelm OlbersIn Duitsland maakt Adolphe Quetelet kennis met astronoom HHeinrich Wilhelm Olbers die de planeten Pallas en Vesta ontdekte.
« Het valt me moeilijk om het respect uit te drukken dat ik voelde toen ik deze mooie grijsaard benaderde, wiens edele gelaatstrekken tegelijkertijd vriendelijkheid en de meest ontroerende welwillendheid uitstralen… Ik sprak de wens uit om het het instrument te zien dat was gebruikt bij het ontdekken van de twee planeten [Pallas en Vesta] die het begin van deze eeuw belichaamden. Dit is het, zei de beroemde oude man, waarbij hij mij een zoeker overhandigde waarvan de lens gebroken was. De slinger die getuige was geweest van deze grote ontdekkingen was er nog steeds; hij was eenvoudig zoals het andere instrument; hij was niet eens met een compensatie uitgerust.»

Sterrenwacht van Göttingen

Hamburgse sterrenwacht

Hamburgse sterrenwacht, annexe de la correspondance mathématique tome VI.

Reis naar Italië

(eind juni – eind oktober 1830)

De werkzaamheden aan het Observatorium in Brussel vorderen langzaam. Adolphe Quetelet besluit gebruik te maken van deze gedwongen rust en reist op eigen kosten naar Italië.

Na 15 dagen in Parijs, waar hij zijn vriend en astronoom Alexis Bouvard ontmoet, gaat hij naar Genève en bereikt hij Italië via de Grote Sint Bernardpas, tijdens een gevaarlijke reis die hij moet beëindigen op de rug van een muilezel. Hij bezoekt de observatoria van grote Italiaanse steden, die vaak oud zijn, en wordt ontvangen door Italiaanse astronomen. Hij ontmoet buitenlandse wetenschappers en kunstenaars die in Italië verblijven.

Ontmoeting met Jean-Alfred Gautier

Jean-Alfred Gautier Adolphe Quetelet stond in contact met de meeste directeuren van de observatoria in Europa. Sommige briefwisselingen weerspiegelen de vriendschapsbanden die waren ontstaan tussen Quetelet en een aantal van hen, waaronder Alfred Gautier, Zwitsers astronoom, professor en directeur van de Sterrenwacht van Genève. Hij neemt deel aan de overgang, voor het burgerlijk leven in Genève, van de ware zonnetijd naar de gemiddelde zonnetijd in 1821. Alfred Gautier had te kampen met dezelfde moeilijkheden van een observatorium in zijn beginfase. Tijdens het bezoek van Quetelet laat Alfred Gautier inderdaad een nieuw observatorium bouwen, 70 meter van het oude, voorzien van nieuwe instrumenten (meridiaan en equatoriaal). Professor Gautier zal een toelichting over deze constructie publiceren in het 7e deel van de ‘Correspondance mathématique et physique’ van dhr. Quetelet.

De Revolutie van 1830

Een brief van 26 augustus informeert hem met vertraging over de revolutionaire bewegingen die in september in Brussel zijn uitgebroken. Dit baart hem zorgen.

« Alles is nu ondraaglijk voor mij en ik zal niet rusten tot ik terug ben.» (5)

Cécile houdt Adolphe op de hoogte van de politieke situatie in Brussel. Deze laatste verneemt het nieuws met vertraging, omdat de brieven er 12 tot 15 dagen over doen om hem te bereiken. In een brief van 26 augustus schrijft Cécile:

« Onze arme Belgische apen (sic) hebben hier ook wat herrie gemaakt; bij de laatste uitvoering van de Stomme werden alle republikeinse toespelingen aangegrepen en toegejuicht […]. »

Na dit nieuws wil Quetelet eerder terugkeren door per boot van Napels naar Marseille te varen. Maar aan de vooravond van zijn vertrek uit Rome naar Napels ontvangt hij een nieuwe brief van Cécile van 30 augustus, die hem wil geruststellen:

« De stad is erg stil; eergisteren […] heeft het gepeupel bijna alle papieren van de administratie bij de Gouverneur genomen; […] maar de hele bourgeoisie en de jongeren uit de betere kringen organiseerden onmiddellijk een bewaking om verdere excessen te voorkomen, en alles is weer normaal geworden. Maar men wil nu met de Koning capituleren, men vraagt hem om een aantal wetten af te schaffen […] en niemand voorspelt nog wat de uitkomst van deze eisen van het volk aan de Koning zal zijn; ik hoop dat dit niet zal leiden tot een regeringswisseling; we kunnen alleen in alle opzichten verliezen. »

Cécile, Brussel, 4 september:

« Ik ben echt blij dat je hier niet was gedurende deze hele affaire; je rol zou erg moeilijk zijn geweest en alle partijen zouden jou toch altijd de schuld geven. Iedereen prijst zich nu gelukkig met je afwezigheid; even wilde ik je ertoe aanzetten om terug te komen, zonder te weten of er een regeringswisseling of iets dergelijks zou plaatsvinden. Nu durf ik je ertoe aan te zetten je reis voort te zetten. »

Dezelfde dag schrijft Adolphe haar :

« […] De Franse kranten en de kranten van ons land, die mij op onze ambassade zijn overhandigd, geven een heel andere voorstelling van zaken dan je in uw laatste brieven hebt gedaan […] Ik vermoed dat jullie mogelijk in gevaar zijn, of dat het jullie ontbreekt aan wat nodig is en dat vergalt voor mij de rest van mijn reis. Dus ik wil op alle mogelijke manieren naar jullie toekomen. »

Quetelet besluit vervolgens zijn reis te onderbreken en keert zo snel mogelijk terug, per express postkoetsen. In Brussel vindt hij zijn familie veilig en gezond terug, maar het observatorium dat als fort diende, lijdt enige schade. De werkzaamheden worden hervat en uiteindelijk in 1831 beëindigd. Quetelet wordt benoemd tot directeur van de instelling en begint zijn observaties in 1832.

(5)Brief van Adolphe Quetelet aan zijn echtgenote, Bologna, 12 oktober 1830. 1