De isolatie wordt tot tegen het onderdak geplaatst, zonder luchtlaag tussen beide. Er is een ruim aanbod aan isolatiematerialen op de markt : isolatiematerialen met minerale grondstoffen (glaswol of rotswol), plantaardige grondstoffen (hout, vlas, hennep, cellulose, katoen…), dierlijke grondstoffen (schapenwol…) of synthetische grondstoffen (polyurethaan, geëxtrudeerd polystyreen…).
Vergelijk hun prestaties en prijs, maar ga ook na voor welke toepassingen ze geschikt zijn en wat hun milieu-impact en hun akoestische eigenschappen zijn.
Thermische isolatiematerialen en akoestische prestaties
Thermische isolatie is niet per definitie akoestisch absorberend. Alleen soepele (of halfharde) isolatie met een opencellige structuur, wollig of schuimvormig (plantaardige, dierlijke en minerale wol) kunnen in een geluidsisolatiesysteem worden gebruikt. Stijve isolatie met gesloten cellen (polystyreen, polyurethaan…) en niet-elastisch schuim uit een spuitbus verbeteren de akoestische prestaties van een wand niet en kunnen deze zelfs tenietdoen.
De warmtegeleidingscoëfficiënt λ (“lambda”) en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
- λ (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
- R (uitgedrukt in m²K/W) geeft aan hoe groot de weerstand is tegen warmteverliezen via geleiding van een materiaallaag. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert.
R = e/λ
De warmteweerstand R van een isolatielaag is gelijk aan zijn dikte d (uitgedrukt in meter) gedeeld door zijn warmtegeleiding λ.
Diktes die nodig zijn om minimale thermische prestaties te bereiken : R ≥ 4 m²K/W
| Type isolatiemateriaal | λ (W/mK) | e min. (cm) | µ sec |
|---|---|---|---|
| Minerale, plantaardige en dierlijke wol | 0,030 tot 0,045 | 13 tot 18 | 1 tot 2 |
| Geëxpandeerd polystyreen of piepschuim (EPS) | 0,031 tot 0,045 | 13 tot 18 | 60 |
| Geëxtrudeerd polystyreen | 0,028 tot 0,038 | 12 tot 16 | 300 |
| Polyurethaan (PUR / PIR) | 0,023 tot 0,029 | 10 tot 12 | 30 |
| Resolschuim | 0,022 tot 0,038 | 9 tot 16 | 3 |
Als het dak geïsoleerd moet worden voor het wintercomfort, is het ook belangrijk om oververhitting in de zomer te beperken.
Het oververhittingsrisico neemt sterk af naargelang:
- de dakramen en dakkapellen van buitenzonwering voorzien zijn;
- de ruimte van een intensieve nachtventilatie profiteert;
- er zware materialen met een hoge inertie2 aanwezig zijn in de zolderruimte (bv. muren in beton of volle baksteen);
- de interne energiewinsten beperkt blijven (transformatoren, dimmers, halogeenlampen, enz.);
- de thermische weerstand R van de isolatie groot is;
- de isolatie over een beschikt (houtwol beantwoordt goed aan dit criterium).