Vensters moeten aan tegenstrijdige eisen voldoen. Hun belangrijkste functie is het contact met de buitenwereld (de ruimtes verlichten en verluchten, een uitzicht bieden op de omgeving…), maar ze moeten ook inbraakbestendig zijn en beschermen tegen regen, kou, hitte en lawaai.
Verlichtingsprestatie
De natuurlijke verlichting van binnenruimtes wordt bepaald door de afmetingen, de vorm en de stand van de openingen, en door de eigenschappen van de ramen en de beglazingen:
- De netto verlichte oppervlakte (NVO) van een venster is de oppervlakte van de beglazingen. In een gewoon venster met houten schrijnwerk beslaat de glasoppervlakte ongeveer 70% van de totale oppervlakte en het schrijnwerk ongeveer 30%. Vermijd bij het vervangen van de ramen profielen die breder zijn dan de oorspronkelijke, zodat dezelfde netto verlichte oppervlakte behouden blijft;
- De lichttransmissiefactor (LT) geeft het percentage licht aan dat door het glas wordt doorgelaten. Bij woningrenovatie wordt over het algemeen de voorkeur gegeven aan beglazing met een hoge LT-waarde om een maximale lichttransmissie te garanderen.

Thermische prestatie
De thermische prestatie van een venster wordt bepaald door:
- De luchtdichtheid, waardoor warmteverliezen en ongemak door luchtlekken en tocht worden voorkomen;
- De warmtedoorgangscoëfficiënt U uitgedrukt in W/m2K (watt per vierkante meter kelvin) die de warmteverliezen doorheen de materialen bepaalt. Hoe kleiner U, hoe beter de prestatie van de wand. De U-waarde van het venster (Uw) is het resultaat van een berekening die rekening houdt met de warmtetransmissiecoëfficiënt van het raam (Uf) en die van het glas (Ug);
- de zontoetredingsfactor g van het glas, die het percentage zonnewarmte uitdrukt dat het glas doorlaat naar het binnenklimaat.
Regelgeving voor de energieprestatie van gebouwen (EPB)
wanneer voor de vervanging van ramen een stedenbouwkundige vergunning vereist is (zie p.9) de EPB-regelgeving van toepassing: in dit geval moet de Ug-waarde van de beglazing kleiner zijn dan of gelijk aan 1,1 W/m2K, en de Uw-waarde van het venster moet kleiner zijn dan of gelijk aan 1,5 W/m2K.
Akoestische prestatie
De geluidsisolatie van een venster tegen buitengeluid is afhankelijk van verschillende factoren:
- de luchtdichtheid van het raam en van zijn verbinding met het metselwerk;
- de geluiddempingsindex van ramen en beglazingen Rw uitgedrukt in decibe (dB), waaraan twee correctiewaarden worden toegevoegd: “C” voor midden- en hoogfrequente geluiden en “Ctr” voor laag- en middenfrequente geluiden. Hij wordt aangeduid als Rw (C, Ctr). Hoe hoger deze index, hoe beter de akoestische prestatie van het element. In een stedelijke omgeving waar de overlast van auto- en vliegverkeer voornamelijk overeenstemt met lage en middenfrequenties, is dus de Rw+Ctr index bepalend.
Ventilatie
Door de vensters open te zetten kunnen de lokalen intensief worden geventileerd indien nodig. Tegelijkertijd moet een continue ventilatie aanwezig zijn om permanent een kwaliteitsvolle binnenluchtkwaliteit te garanderen en condensatieproblemen
te voorkomen.
Als er geen continue ventilatie is door een systeem dat onafhankelijk is van de vensters (roosters in de buitenmuren, balansventilatie…), moeten er in de ramen luchttoevoeropeningen worden voorzien.
Voor meer informatie, raadpleeg onze brochure “Ventilatie van een te renoveren woning”.
Ventilation
EPB-regelgeving
Wanneer voor de vervanging van ramen een stedenbouwkundige vergunning vereist is, schrijft de EPB-regelgeving luchttoevoeren voor in de zogenaamde droge ruimtes (woonkamer, slaapkamers…) waarin vensters worden vervangen. Deze luchttoevoeren kunnen zowel natuurlijk (ventilator in de ramen of in de gevel) als mechanisch (balansventilatie) zijn.
Veiligheid
De vensters moeten voldoen aan de eisen inzake de veiligheid van personen en goederen, zoals:
- Het voorkomen van doorvallen of verwondingen in geval van een schok;
- Voldoende weerstand bieden tegen inbraakpogingen.