Stedenbouw

Welke werken zijn vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning in Brussel?

De werken die voor een vrijstelling in aanmerking komen, worden vermeld in titel II van het besluit van geringe omvang (bepalingen die van toepassing zijn op goederen die niet het voorwerp zijn van een beschermingsmaatregel).
De verwijzing naar het artikel van het besluit van geringe omvang wordt naast elk punt vermeld.

Verbouwings- en inrichtingswerken binnen het gebouw (hoofdstuk IV, art. 9)

Bijvoorbeeld: renovatie van een kamer in de woning, afbraak of bouw van een lichte scheidingswand, werkzaamheden voor elektriciteit, loodgieterij of verwarming, vervanging van een vloerbedekking, aanbrengen van isolatie langs de binnenzijde, enz.

Voor zover het aantal of de verdeling van de woningen ongewijzigd blijft.

Voor de toepassing van deze vrijstelling moeten de wijzigingen voldoen aan de geldende regelgeving, meer bepaald de eventuele gemeentelijke reglementen en de GSV5 (de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, voornamelijk titel II – Bewoonbaarheidsnormen voor woningen).

Wijziging van de bestemming van een deel van een woning voor een vrij beroep (hoofdstuk V, art. 13, 1°)

Bijvoorbeeld: advocaat, architect, notaris, arts, medische en paramedische beroepen, enz.

Voor zover deze beroepsactiviteit ofwel een aanvulling is bij het hoofdverblijf van de persoon, de bestuurder of de vennoot die de activiteit uitoefent, en dat de hem toegewezen oppervlakte:

  • minder is dan 75 m² ;
  • tussen 75 tot en met 200 m2 ligt maar beperkt is tot 45% van de totale oppervlakte van de woning.
Wijziging van de bestemming van een of meer kamers in een woning (hoofdstuk V, art. 13, 2°)

Bijvoorbeeld: een woonkamer wordt een eetkamer, een slaapkamer wordt een badkamer.

Voor zover de kamers voor huisvesting bestemd blijven.

Voor de toepassing van deze vrijstelling moeten de wijzigingen voldoen aan de geldende regelgeving, meer bepaald de eventuele gemeentelijke reglementen en de GSV5 (voornamelijk titel II – Bewoonbaarheidsnormen voor woningen).

Aanbrengen, wegwerken of wijzigen van raam- en deuropeningen (hoofdstuk VII, art. 21, 8°)

Bijvoorbeeld: het veranderen van een venster aan de achtergevel naar een vensterdeur die op de tuin uitgeeft, via de afbraak van de vensterbank.

Voor zover deze openingen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, de wijziging geen stabiliteitswerken met zich meebrengt en de desbetreffende gevel niet gelegen is in de vrijwaringszone van een goed dat beschermd is.

Identieke vervanging van ramen, glaswerk, deuren, garagepoorten (hoofdstuk VII, art. 21, 7°)

Bijvoorbeeld: voor het vervangen van witte houten ramen door witte pvc moet een vergunning aangevraagd worden, zelfs als ze qua vorm en kleur identiek zijn.

Voor zover de oorspronkelijke vormen, met inbegrip van de welvingen, zichtbare indelingen en de raamstijlen en -vleugels behouden blijven en het architecturaal aanzicht van het gebouw niet gewijzigd wordt;

Dat wil zeggen het behoud van het materiaal, de vorm, de kleur, de breedte en het lijstwerkpatroon van de profielen. Bij glas-in-loodramen moeten deze behouden blijven. Enkel of dubbel glas mag vervangen worden door dubbel of driedubbel glas.

Wijziging van de kleur van een gevel of de uitvoering van een muurschildering op een gevel, met uitzondering van de voorgevel (hoofdstuk VII, art. 21, 10°)

Bijvoorbeeld: voor het veranderen van de kleur van een gevelmuur is normaal gezien geen stedenbouwkundige vergunning nodig.

Voor zover de gevel niet op minder dan 20 m van een beschermd goed staat.

Wijziging van het materiaal voor de bekleding of van de cementering van de gevels die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte (hoofdstuk VII, art. 21, 11°)

Bijvoorbeeld: het bepleisteren of plaatsen van een bekleding op een achtergevel.

Voor zover de gevel niet gelegen is in de vrijwaringszone van een goed dat beschermd is of waarvoor de procedure tot bescherming loopt.

Isolatie van een hellend dak langs de buitenzijde (hoofdstuk VII, art. 21/1, 1°)

Voor zover:

  • de materialen en kleuren van de oorspronkelijke afwerkingsbekleding worden behouden;
  • de plaatsing niet tot een vermindering leidt van de netto lichtdoorlatende oppervlakte van het vertrek dat regelmatig bestemd is als woning onder het dak;
  • de handelingen en werken geen betrekking hebben op een goed dat zich op minder dan 20 m van een beschermd goed bevindt.

In geval van afwijking van de GSV moet een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd.
Bijvoorbeeld: voor de wijziging van de dakpankleur is een bouwvergunning vereist. Als het dak na isolatie de hoogte van het hoogste mandelig profiel overschrijdt, is een vergunning vereist om af te wijken van de GSV (titel 1, artikel 6).

De vervanging van de bekleding van een plat dak, evenals de eventuele verhoging ervan, om isolatie of een niet-toegankelijk extensief groendak te kunnen plaatsen (hoofdstuk VII, art. 21/1, 2°)

Sommige groendaken moeten mogelijk structureel versterkt worden en vereisen daarom een stedenbouwkundige vergunning met een architect.

Als de isolatie gepaard gaat met het verhogen van de dakranden die zichtbaar zijn vanaf de straat, is een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk.

De plaatsing van een isolatie en van bijhorende afwerkingsbekleding, evenals van de noodzakelijke verbindingsstukken, op een mandelige muur of een gevel die vanaf de openbare ruimte zichtbaar is (hoofdstuk VII, art. 21/, 3°)

Voor zover de werken geen betrekking hebben op een goed dat zich op minder dan 20 m van een beschermd goed bevindt.

Let op, dit punt is voor interpretatie vatbaar: als de mandelige muur zichtbaar is vanaf de openbare ruimte en het afwerkingsmateriaal wordt gewijzigd, kan een stedenbouwkundige vergunning worden gevraagd, vooral omdat het wijzigen van het bekledingsmateriaal op een gevel die zichtbaar is vanaf de openbare ruimte niet vrijgesteld is van een stedenbouwkundige vergunning.

Als de gevel na isolatie uitsteekt boven het diepste naastliggende bouwwerk, is er een afwijking van de GSV (titel 1, artikel 4) en wordt er in principe een stedenbouwkundige vergunning gevraagd.

Afbraak zonder wederopbouw van bijgebouwen van minder dan 100 m2 die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte (hoofdstuk VI, art. 17)

Voor zover de afbraak geen stabiliteitswerken voor de behouden gebouwen inhoudt, de muren afgepleisterd worden en het afgebroken bijgebouw vervangen wordt door een ruimte voor koeren en tuinen.

Wegen, terrassen, omheiningen en voorzieningen voor huishoudelijk, recreatief of decoratief gebruik in het gebied voor koeren en tuinen of in de achteruitbouwstrook (hoofdstuk VII, art. 21, 1°a)

Voor zover:

  • in de achteruitbouwstrook hun totale hoogte niet meer bedraagt dan 1 m;
  • in het gebied voor koeren en tuinen hun hoogte niet meer dan 1,5 m loodrecht op de mandelige grens bedraagt. In achteruitbouw ten opzichte van de mandelige grens mag deze hoogte tot 3 m bedragen zonder een vlak van 45° dat loopt vanaf de top van de mandelige muren of, bij gebrek aan een muur;
  • er geen wijziging van het bodemreliëf van meer dan 50 cm uit voortvloeit.

Titel 1, artikel 13 van de RRU bepaalt dat in het gebied voor koeren en tuinen een doorlaatbare oppervlakte van minstens 50% van de oppervlakte moet worden behouden.

Nevengebouw, vrijstaand van het hoofd- of de bijgebouwen, niet voor bewoning bestemd (hoofdstuk VII, art. 21, 1°b)

Een tuinhuis is bijvoorbeeld vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning.

Voor zover:

  • het in het gebied voor koeren en tuinen gelegen is;
  • de oppervlakte ervan, met inbegrip van het projectievlak van het dak op de grond, niet meerdan 9 m2 bedraagt;
  • het niet hoger is dan 3 m;
  • het hellend vlak van 45° ten opzichte van de waterpaslijn dat loopt vanaf de top van de mandelige muren of, bij gebrek
    aan een muur, vanaf een hoogte van 1,5 m loodrecht op de mandelige grens, niet wordt overschreden.

Zie onderstaande afbeelding

Nevengebouw, vrijstaand van het hoofd- of de bijgebouwen, niet voor bewoning bestemd (hoofdstuk VII, art. 21, 1°b)

Plaatsing van de omheining en het tuinhuis voor de vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning (hoofdstuk VII, art. 21, 1° a) en 1° b)

  1. Tuin
  2. Aangrezende tuin
  3. Lijn die de inplantingshoogte aangeeft
  4. Hoek van 45°
  5. Bestaande mandelige muur
  6. Maximum 1,5mAls er geen mandelige muur is loopt de lijn van 45° vanaf een hoogte van 1,5 m loodrecht op de mandelige grens
  7. Maximale hoogte van 3 m
Niet overdekt zwembad met een oppervlakte van minder dan of gelijk aan 20 m2 (hoofdstuk VII, art. 21, 1°a)

Voor zover het zich in het gebied voor koeren en tuinen bevindt, op minstens 2 m van de mandelige grenzen.

Plaatsing van dakvensters, lichtkoepels of glasramen in een hellend dak (hoofdstuk VII, art. 21, 2°)

Voor zover ze in het vlak van het dak zijn geplaatst en de helling minder dan 45° bedraagt, en hun gecumuleerde oppervlakte niet meer bedraagt dan 20% van de dakhelling.

Plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of ermee gelijkgestelde panelen (hoofdstuk XI, art. 33/2,1°)
  • Niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte: voor zover de plaatsing niet leidt tot het verwijderen van het hele of meer dan 50% van een bestaand groendak (bij uitbreiding ook het afsterven ervan) en ze zich niet op minder dan 20 m van een beschermd goed bevinden.
  • Zichtbaar vanaf de openbare ruimte: ingewerkt in het dakvlak of evenwijdig aan dit vlak bevestigd, zonder daarbij meer dan 30 cm uit te springen of de grenzen van het dak te overschrijden, en met een eenvoudige geometrische vorm van gelijke grootte, parallel ten opzichte van elkaar geplaatst. Voor zover de plaatsing niet leidt tot het verwijderen van het hele of van meer dan 50% van een bestaand groendak (bij uitbreiding ook het afsterven ervan) en ze zich niet op minder dan 20 m van een beschermd goed bevinden.
Plaatsing of verwijdering van een grondwarmtepomp met een maximaal volume van 1 m3 en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte (hoofdstuk XI, art. 33/2,3°)

Voor zover ze zich op meer dan 3 m van de mandelige grenzen bevindt.

Plaatsing of verwijdering, tegen de gevel, van technisch of decoratief materieel met een maximale oppervlakte van 10 cm2 (hoofdstuk VII, art. 21, 3°)

Bijvoorbeeld: huisnummer, brievenbussen, bellen, steun voor klimplanten, bloembakken, buitenverlichting, platen, enz.

Voor zover hun uitsprong minder bedraagt dan 12 cm.

Volgens de GSV, titel 1 artikel 10, “afvoeropeningen voor rookgassen en ventilatie-systemen alsook externe technische installaties voor airconditioning zijn verboden aan de voorgevel en mogen niet zichtbaar zijn van op de openbare weg”.

Plaatsing van schotelantennes die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg met een maximale oppervlakte van 40 dm2 (hoofdstuk VII, art.21, 4°)

Voor zover ze zich op meer dan 10 m van een beschermd goed bevinden, ze dezelfde kleur als het dak of de gevel hebben waarop ze geplaatst zijn, of doorschijnend zijn.

Verwijdering van schotelantennes (hoofdstuk VII, art. 21, 5°)

Plaatsing of verwijdering van schoorstenen of luchtkokers, regenpijpen, luiken of markiezen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte (hoofdstuk VII, art. 21, 6°)

Water- of brandstofketels, mangaten, kanaliseringen, bekabelingen en individuele installaties voor waterinfiltratie of sanering (hoofdstuk VII, art. 21, 1°a)

Voor zover ze ondergronds worden geplaatst.

Siervijver met een oppervlakte van minder dan of gelijk aan 20 m2 (hoofdstuk VII, art. 21, 1°a)

Voor zover hij zich in het gebied voor koeren en tuinen bevindt, op minstens 2 m van de mandelige grenzen.

De plaatsing van bewakingscamera’s tegen een bestaande gevel of topgevel (hoofdstuk VII, art. 21, 12°)

Voor zover ze het architecturale aanzicht van het gebouw niet ontsieren, ze dezelfde kleur hebben als de bekleding van de gevel en ze een uitsprong hebben van maximaal 12 cm indien ze lager geplaatst worden dan 4 m boven de grond.

Het vellen van die dood zijn of in slechte gezondheid (hoofdstuk X, art. 32, 2°)

Voor zover ze zich bevinden in groengebied met hoogbiologische waarde, in groengebied en Natura 2000-gebied.

Stedenbouw

De adviseurs van Homegrade begeleiden u

Bekijk ons ​​advies

Aanbevolen publicaties

Raadpleeg onze documentatie voor meer informatie

  • Een terras aanleggen op een plat dak - Voorschriften en advies

    Stedenbouw

    Homegrade, 2024

  • Brandpreventiemaatregelen bij de verdeling van een Brussels huis

    Stedenbouw

    Homegrade, 2021

  • Gemeenheid – Juridische begrippen en praktische raadgevingen

    Stedenbouw

    Homegrade, maart 2024

Bekijk alle publicaties