Wat bepaalt het Burgerlijk Wetboek inzake burenhinder en geluid?
Burenrelaties
Het Burgerlijk Wetboek, dat sinds 1804 vrijwel ongewijzigd was gebleven, werd in september 2021 gemoderniseerd. In Titel 5 van Boek 3 over goederen definieert het nieuwe Burgerlijk Wetboek twee begrippen:
Art. 3.101 Bovenmatige burenhinder
Het geluid van activiteiten (muziek, dieren, gereedschap, enz.) is normaal in de buurt. Het is de buitensporige intensiteit ervan die een abnormale en strafbare overlast vormt.
Art. 3.102 Voorkomen van bovenmatige burenhinder
Als u zich zorgen maakt over de akoestische gevolgen van toekomstige werkzaamheden bij uw buren, zoals het inbouwen van een trap of leidingen, kunt u al vóór aanvang van de werkzaamheden een procedure aanspannen bij de vrederechter.
Artikel 3.111 blijft dubbelzinnig ten aanzien van akoestische normen wanneer het wordt toegepast op woningen:
Art. 3.111 Recht om tegen een gemene muur aan te bouwen
De mede-eigenaar van een gemene muur mag tegen deze muur aanbouwen en daarin alle werken of beplantingen aanbrengen tot de helft van de dikte ervan, op voorwaarde dat hij de toestemming van zijn buur heeft gekregen voor de uitvoeringsmodaliteiten.
Gemene muur: let op met sleuven en verankeringen
Elke sleuf in een gemene muur verzwakt de akoestische isolatie tussen eigendommen en kan een bron van conflicten zijn. Technische installaties en leidingen moeten er met trillingsdempende voorzieningen aan worden bevestigd. Wees waakzaam!
Bovendien is het, zoals hierboven vermeld, onmogelijk om de nationale norm NBN S 01-400-1 na te leven door een nieuwe constructie in de bestaande gemeenschappelijke muur te verankeren. Er moet een volledig onafhankelijke nieuwe muur worden gebouwd in overeenstemming met TV 281.
Welke nationale norm regelt de akoestiek van woningen?
De norm NBN S 01-400-1 definieert akoestische criteria voor gebouwen die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor bewoning. De norm omvat de volgende aspecten:
Luchtgeluidsisolatie (stemmen, muziek, enz.)
Contactgeluidsisolatie (voetstappen, valgeluiden en verplaatsen van voorwerpen, enz.)
Luchtgeluidsisolatie van gevels
Geluidsniveau van technische installaties
Nagalm in hallen en trappenhuizen voor gemeenschappelijk gebruik
De norm definieert drie prestatieklassen: A, B en C (waarbij C de minimale drempel is).
Klasse A
Klasse B
Klasse C
De meeste bestaande gebouwen voldoen niet aan deze norm, die in 1977 werd ingevoerd en in 2008 en 2022 werd verscherpt. Nieuwe of gerenoveerde gebouwen met een stedenbouwkundige vergunning van na 1 januari 2023 moeten minimaal klasse C halen (B tussen twee aangrenzende nieuwe gebouwen). De klassen A en B zijn alleen vereist op specifieke aanvraag of verbintenis van de bouwheer.
De nationale akoestische norm, die bouwprofessionals moeten kennen en naleven, definieert regels voor goede praktijken. Hoewel ze geen wet is, vormt ze een referentie voor de rechtbanken.
Buildwise biedt zijn leden (waaronder alle aannemers) een Normen-Antenne akoestiek, specifieke publicaties en rekentools. De TV 281 biedt kant-en-klare bouwoplossingen om te voldoen aan de eisen voor isolatie tegen luchtgeluid en contactgeluid in woongebouwen, afhankelijk van de verschillende prestatieniveaus.
Bouwprofessionals en beheerders van lawaaierige instellingen kunnen gratis advies inwinnen bij een akoesticus via de Facilitator Duurzame Gebouwen. Particulieren kunnen voor projecten zonder architect terecht bij Homegrade voor soortgelijk advies.
Kwaliteit van de isolatie tussen aangrenzende woningen
Voor luchtgeluid specificeert de norm meer bepaald een prestatie van geluidsverzwakking tussen woningen. Voor contactgeluid stelt ze een maximaal toegestaan geluidsniveau vast in een woning, afkomstig van de buren.
Vergelijkende tabel van lucht- en contactgeluiden per klasse
Classe A
Classe B
Classe C
Verzwakking van luchtgeluid (min.waarde)
62 dB
58 dB
54 dB
Isolatie tegen contactgeluid (max.waarde )
44 dB
48 dB
52 dB
Geluid van technische installaties
Het geluid van technische uitrustingen wordt gemeten gedurende een representatieve periode. De norm legt maximale toelaatbare geluidsniveaus vast in de eigen ruimte en in de aangrenzende woningen.
Ze is strenger voor langdurige geluiden (pompen, verwarming, ventilatie, sanitair, enz.) dan voor korte geluiden (liften, gemotoriseerde deuren, opstarten van toestellen, enz.), met strengere eisen (straffactor van 5 dB) voor tonale geluiden, die intenser zijn op een specifieke frequentie.
Vergelijkende tabel van langdurige en kortdurende geluiden per klasse
Type de local
Classe A, Classe B
Classe C
Lange duur (max.waarde)
Slaapkamer, studeerruimte
24 dB
24 dB
Lange duur (max.waarde)
Woonkamer, eetkamer, badkamer, keuken
26 dB
29 dB
Korte duur (max.waarde)
Slaapkamer, studeerruimte
29 dB
34 dB
Korte duur (max.waarde)
Woonkamer, eetkamer, badkamer, keuken
34 dB
39 dB
Concreet
Een nieuwe constructie kan niet aan de akoestische normen voldoen als deze aan de bestaande gemene muur wordt bevestigd. Er is een aparte muur nodig, die met zacht, vezelachtig materiaal van de oude muur wordt gescheiden en geen verbinding heeft met de gevel of afvoerleidingen.
Wanneer klasse A of B wordt voorgeschreven, wordt na de werkzaamheden een controle uitgevoerd aan de hand van geluidsmetingen. Uit alarmerende statistieken blijkt dat in 60% van de gevallen een slechte uitvoering van zwevende dekvloeren hun doeltreffendheid tegen contactgeluiden in gevaar brengt.
De kostprijs van akoestische prestaties
Aangezien basisklasse C de minimaal vereiste prestatie is, brengt deze in theorie geen extra kosten met zich mee. In de praktijk is echter vaak akoestische monitoring van de bouwplaats noodzakelijk om dit minimumniveau te garanderen, wat extra kosten met zich meebrengt.
De extra kosten voor een betere akoestische isolatie bedragen 10%, maar kunnen variëren afhankelijk van de gekozen isolatieklasse en de kwaliteit van de monitoring.
Om aan de norm te kunnen voldoen, is de medewerking van een akoesticus nodig, van het ontwerp tot de afwerking.
Een akoesticus kan uitvoeringsfouten opsporen, waaronder details zoals het inbouwen van tegenover elkaar liggende stopcontacten in de gemeenschappelijke muur, waardoor geluid tussen woningen wordt verspreid.
Van ontwerp tot uitvoering, elke fase van het project bevat valkuilen die de akoestische isolatie kunnen tenietdoen: selectie en implementatie van dempings- en ontkoppelingssystemen (muren, vloeren, verlaagde plafonds), voorbereiding van de ondergrond en aanbrengen van de dekvloer, plaatsen van bekledingen en plinten, integratie van leidingen, keuze en plaatsing van elektriciteitskasten, ontwerp en installatie van de ventilatie, enz.
Hoe los je een geluidsconflict met je buren het best op?
Kies voor een gesprek met je buren
Het is nuttig om uw rechten en plichten te kennen, maar geef altijd de voorkeur aan een minnelijke schikking van problemen in verband met buurtlawaai, indien nodig met de gratis hulp van een gemeentelijke bemiddelaar. Een compromis, hoe onvolmaakt ook, is beter dan een rechtszaak om goede burenrelaties in stand te houden.
Wat zegt de Brusselse wetgeving inzake geluidshinder?
In het kader van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, heeft de Gewestregering het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien van besluiten die kracht van wet hebben en heeft zij Leefmilieu Brussel belast met de toepassing ervan op verschillende gebieden, zoals:
Bestrijding van buurtlawaai
Bestrijding van het lawaai en de trillingen afkomstig van ingedeelde inrichtingen
Bestrijding van het lawaai van luchtverkeer
Bestrijding van het lawaai van speciale geluidstoestellen (sirenes)
De voorwaarden voor het verspreiden van versterkt geluid in voor publiek toegankelijke inrichtingen
Het gewestelijk portaal RuisInfo identificeert de bronnen van geluidshinder en informeert de Brusselaars over de te volgen procedures in geval van aanhoudende problemen. De website van Leefmilieu Brussel geeft een gedetailleerde beschrijving van het wettelijk kader voor de preventie van geluidshinder.
Bestrijding van buurtlawaai
De kwesties rond buurtlawaai worden geregeld door een wettekst: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen het buurtlawaai.
Deze tekst definieert periodes (A, B en C, van minst tot meest streng) die overeenkomen met uren en dagen van de week, en past de eisen (maximaal toegestane geluidsniveaus) aan op basis van de zones van het GBP (Gewestelijk Bestemmingsplan), vereenvoudigd door Leefmilieu Brussel in Geluidsgebieden .
Tabel met geluidslimieten voor buurtlawaai per type periode
Week
Zaterdag
Zondag en feestdagen
7.00 u tot 19.00 uur
Periode A
Periode B
Periode C
19.00 uur tot 22.00 uur
Periode B
Periode C
Periode C
22.00 uur tot 7.00 uur
Periode C
Periode C
Periode C
De grenswaarden voor specifiek geluid worden gemeten aan de buitenkant van een bewoond gebouw (woning of andere), waar de overlast door de klager wordt ervaren. Het besluit definieert ook waarden voor incidentele overschrijdingen en het aantal keren dat deze overschrijdingen mogen voorkomen.
Tabel met geluidslimieten per zone en per periode
Zone
Periode A
Periode B
Periode C
01
Woongebied met residentieel karakter
42 dB
36 dB
30 dB
02
Woongebied
42 dB
39 dB
33 dB
03
Gemengd gebied of gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten
42 dB
42 dB
36 dB
04
Sterk gemengd gebied of gebied van gewestelijk belang
51 dB
45 dB
39 dB
05
Administratiegebied
54 dB
48 dB
42 dB
06
Stedelijk industriegebied, gebied voor haven- en vervoeractiviteiten
60 dB
54 dB
48 dB
De grenswaarden voor de overschrijdingen worden binnen een woning gemeten. De overschrijding is het verschil tussen het achtergrondgeluid (gemeten zonder de bron) en het geluid dat wordt gemeten terwijl de bron in werking is. Standaard is het achtergrondgeluid 24 dB.
Tabel met grenswaarden voor overschrijdingen per type ruimte en periode
Het Ruisinfo-portaal informeert u over aanbevolen minnelijke schikkingen. Als deze mislukken, kunt u daar een klacht indienen tegen een buur, net zoals uw buren een klacht tegen u kunnen indienen. Als het probleem terugkerend en meetbaar is, installeert de Inspectie Leefmilieu Brussel bij de klager een geluidsmeter voor een periode die representatief is voor de geluidsoverlast en en wordt het geluidsniveau en de overschrijding van de achtergrondgeluidsniveaus gemeten, overeenkomstig de Brusselse regelgeving. Als de criteriavan het besluit worden overschreden, kan het de veroorzaker van de overlast op straffe van een boete verplichten werkzaamheden uit te voeren om in overeenstemming te zijn met het besluit.
Een klacht is niet ontvankelijk als de overlast te wijten is aan een zwakke scheidingswand (zoals vaak het geval is in Brussel, waar sommige mensen hun buren hun neus horen snuiten). In dat geval is het beter om met je buren af te spreken om die scheidingswand te verbeteren.
Hulp nodig?
Homegrade kan u helpen bij het vinden van de juiste technische oplossing. Deze kan soms eenvoudig zijn (“low tech”) maar is vaak gebaseerd op de Code van goede akoestische praktijken .
Wat moet de brandweerstand zijn voor geluidsisolatie in een huis dat is opgedeeld in appartementen in Brussel?
De is het vermogen van een bouwelement om bij een brand gedurende een bepaalde tijdsduur zijn draagvermogen, zijn vlamdichtheid en/of zijn thermische isolatie te bewaren. Ze wordt uitgedrukt in minuten (tijd die de evacuatie van de bewoners toelaat).
De DBDMH (Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) eist meestal een brandweerstand van 60 minuten tussen de appartementen of met de gemeenschappelijke delen. De brandweerstand van een vloer wordt beschouwd van beneden naar boven, waarbij het plafond deze garantie moeten kunnen bieden.
Gips (en gipsvezel) is onbrandbaar en heeft een uitstekend brandgedrag: tijdens een brand komen geen toxische producten vrij maar wel waterdamp die het opstijgen van de temperatuur vertraagt, en zo actief bijdraagt tot het vertragen van de brandverspreiding.
Welke gipsdikte garandeert een brandweerstand van 60 minuten?
In het algemeen: 2 x 15 mm
Soms: 2 x 12,5 mm (ou 2 x 10 mm gipsvezel)
Verbeterde platen laten toe de weerstand te bereiken met minder dikte en massa; ze genieten niet de voorkeur wanneer men tegelijkertijd de geluidsisolatie wil verbeteren.
De brandweerstand is niet alleen afhankelijk van de platen, maar ook van het systeem waarin ze worden toegepast (structuur, vulling, voegen). In alle gevallen moet de uitvoering in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van de fabrikanten; ze zullen u zo goed mogelijk adviseren over hun systemen en producten die de eisen van geluidsisolatie en brandweerstand verenigen.
Noteer dat de DBDMH meestal eist dat het absorberend materiaal dat in een verlaagd plafond ingevoegd wordt, en dat brandwerend moet zijn, steenwol is.
Wat is de norm voor de geluidsisolatie van een woning?
Elke woning waarvoor een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning nodig is, wordt geacht de nationale norm NBN S01-400-1 : “Akoestische criteria voor woongebouwen” (2008) na te leven.
Is dit een wettelijke verplichting?
Inderdaad, deze norm heeft een vrijwillig karakter. De normen worden juridisch echter beschouwd als regels van de kunst of als goede praktijk. Bij klachten of conflicten beroepen de magistraten zich op de normen.
Bovendien heeft het Brussels Gewest zijn eigen normen die een juridische waarde hebben. Ze bepalen de maximaal toelaatbare overschrijdingen voor achtergrondlawaai. Als het gebouw onvoldoende geïsoleerd is, worden de Brusselse normen zelden nageleefd en het vervolg van de procedure baseert zich op de nationale norm.
Noteer dat volgens de psycho-akoestische onderzoeken het normale comfort van de norm slechts voor 70 % van de bevolking voldoet, wat niet erg ambitieus is. Het verhoogde comfortniveau van de norm voldoet voor 90 % van de bevolking. Een slecht geïsoleerde woning is moeilijk te verkopen of te verhuren, en het naleven van het verhoogde comfortniveau is een verkoopsargument van grote waarde.
Wat zegt de norm?
Ze bepaalt de eisen waaraan moet voldaan worden inzake de isolatie tegen en , de gevelisolatie, het lawaai van technische uitrustingen en de nagalmbeheersing in gemeenschappelijke ruimten.
Ze legt de aanvaardbare geluidsniveaus vast. De naleving van de norm wordt gecontroleerd door middel van maatregelen ter plaatse: geluidsbronnen waarvan alle kenmerken gekend zijn worden in de ruimten van het bovenste appartement geplaatst, de geluidsniveaus worden gemeten in het benedenappartement.
Luchtgeluiden
Zendruimte buiten de woning
Ontvangstruimte binnen de woning
Normaal akoest. comfort DnT,w
Verhoogd akoest. comfort DnT,w
Elke ruimte
Elke ruimte uitgezonderd een technische ruimte of inkomhal
≥ 54 dB
≥ 58 dB
Contactgeluiden
Zendruimte buiten de woning
Ontvangstruimte binnen de woning
Normaal akoest. comfort L’nT,w
Verhoogd akoest. comfort L’nT,w
Elke ruimte
Elke ruimte uitgezonderd een technische ruimte of inkomhal
≥ 58 dB
≥ 50 dB
Maximumgeluidsniveaus voor technische installaties
Ruimte
Uitrusting
Normaal akoest. comfort LAinstal,nT
Verhoogd akoest. comfort LAinstal,nT
Badkamer, WC
Mechanische ventilatie
Sanitaire installaties
≤35 dB
≤65 dB
≤30 dB
≤60 dB
Keuken
Mechanische ventilatie
Dampkap
≤ 35 dB
≤ 60 dB
≤ 30 dB
≤ 40 dB
Woon- en eetkamer
Mechanische ventilatie
≤ 30 dB
≤ 27 dB
Slaapkamer
Mechanische ventilatie
≤ 27 dB
≤ 25 dB
Technische ruimten met installaties voor minder dan 10 woningen
≤ 75 dB
≤ 75 dB
Technische ruimten met installaties voor meer dan 10 woningen
een stedenbouwkundige vergunning aanvragen voor bestemmingswijziging;
het advies van de dienst Preventie van de DBDMH (Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) bij het dossier van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voegen;
de regelgeving van het GSV (Gewestelijke Stedenbouwkundige Vergunning) voor elke gecreëerde woning naleven;
beroep doen op een architect als het project wijzigingen van de gevel of van draagelementen voorziet;
de EPB (Energieprestatie van Gebouwen)-eisen naleven bij wijziging van de gebouwschil;
het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) en de geldende normen voor gasinstallaties naleven.
Hoe kan lawaai van technische installaties worden beperkt?
Technische uitrustingen
De verwarmingsketels, pompen, ventilatoren, liftmachinerie en mechanismen van garagepoorten veroorzaken lawaai en trillingen. Om hun verspreiding in het gebouw te vermijden kan u, telkens dit mogelijk is:
modellen kiezen die weinig lawaai maken en goed afgesteld zijn;
de uitrustingen plaatsen in de lokalen die zo ver mogelijk van de leefruimten verwijderd zijn;
deze lokalen isoleren;
de uitrustingen ver van de kamerhoeken installeren en ze in de zwaarste muren vastmaken;
ze op trilwerende sokkels of via trilwerende bevestigingen plaatsen.
Anti-vibratie basis Verschillende soorten trillingsdempende pads voor akoestische isolatie
Sanitaire uitrustingen
Om geluidstransmissie door contact te voorkomen kunt u wastafels, douches en badkuipen op rubberen ringetjes of trilwerende blokjes plaatsen, en een siliconevoeg tussen het sanitaire toestel en de tegels aanbrengen.
1
2
3
Rubberen ringetje
Siliconevoeg
Trilwerende blokjes
Leidingen en buizen
,Als men geen voorzorgen neemt, verspreiden de vloeistof-en gasleidingen en de ventilatiekanalen het lawaai alsook de trillingen van de installaties waarop ze aangesloten zijn door het gebouw. Ze kunnen ook het lawaai, op hen overgebracht door contact met een vloer, een muur of een ander gebouwelement, over een grote afstand overdragen. Om deze overlast te beperken:
veranker ze niet in de muren;
bevestig ze door middel van trilvaste moffen en voeg overal waar ze in contact kunnen komen met een gebouwelement, een soepel ontkoppelingsmateriaal in;
breng ze samen in geïsoleerde kasten;
dicht de wanddoorvoeringen goed af, voeg een zwaar en soepel materiaal in;
vermijd elke plotselinge verandering van richting, diameter, debiet, snelheid, druk;
installeer geluiddempers in de luchtaanvoer- en luchtverversingsleidingen, zo dicht mogelijk bij de ventilator;
dimensioneer de ventilatie-inrichtingen om de luchtsnelheid te beperken en houd rekening met de belastingsverliezen;
Welke materialen moeten worden gekozen voor geluidsisolatie?
De absorberende materialen
Ze zijn soepel, met een geringe of gemiddelde densiteit. Hun structuur is wolachtig of schuimig, dit wil zeggen dat de poriën met elkaar in verbinding staan en dat de lucht tussen de vezels kan circuleren.
Wol
Houtwol
Hennep
Steenwol en glaswol
Schuim met open cellen
Cellulose (gerecycleerd papier)
Polyurethaanschuim
Schuim van gerecycleerd polyurethaan afval
Alle geluidsabsorptiematerialen isoleren ook thermisch. Het omgekeerde geldt niet: thermische harde isolatiematerialen kunnen de geluidsisolatie verminderen.
De dempende materialen en ontkoppelingsmaterialen
Wanneer ze tussen twee harde lichamen worden ingelast, nemen ze het starre contact tussen hen weg en dempen ze de geluidstrillingen.
De soepele materialen met gesloten cellen
Elastomeer – gerecycleerd rubber
Zelfklevende stroken van schuim met gesloten cellen
Polyethyleenschuim met gesloten cellen
De halfstijve wollige materialen met hoge densiteit (HD)
Men maakt een onderscheid tussen de dempende materialen die onder de belasting van de vloer geplaatst worden en die een verplettering moeten weerstaan zonder verlies van hun kwaliteiten (dit wordt veerkracht genoemd), en de soepele ontkoppelingsmaterialen die een star contact moeten verhinderen maar geen verplettering ondergaan.
Keuze van een soepel ontkoppelingsmateriaal
Alle soepele materialen van minstens 5 mm dik zijn geschikt.
Keuze van een dempend materiaal
De soepele materialen met gesloten cellen worden gebruikt in diktes tussen 5 en 20 mm, de halfstijve wollige materialen in diktes tussen 15 en 20 mm.
De keuze en de dikte van het dempend materiaal worden aangepast:
aan het soort overlast: hoe veerkrachtiger en hoe dikker de materie, hoe beter de isolatie tegen geluiden van lage frequenties, die dikwijls het meest storend zijn;
aan het gewicht van de lagen die op het materiaal aangebracht worden: de zeer elastische materialen zijn zeer efficiënt onder zware vloerpanelen maar kunnen een “trampoline-effect” uitlokken onder lichtere panelen;
aan de regelmatigheid van de onderlaag: de soepele laag mag niet geperforeerd worden, zelfs niet in precieze gevallen. Bijgevolg moet, als de onderlaag niet glad is, de soepele laag dikker zijn.
1
2
Hoogst mogelijk GEWICHT
DIKTE om perforatie te voorkomen
Er kunnen ook andere vormen van geluidshinder voorkomen in de woningen, en andere technische oplossingen kunnen afgestemd worden op de specifieke eisen van uw woning. Vraag gerust advies aan onze begeleidingsdienst.
Geluidsisolatie: welke techniek moet gebruikt worden?
Alle geluidsisolatietechnieken zijn erop gericht om geluidsgolven te dempen door het vermijden van starre contacten tussen de materialen. De technieken zijn gebaseerd op de grote principes van de en het (zie hieronder: Welke soorten geluiden zijn er?).
Ze verschillen van de akoes- tische correctietechnieken, die tot doel hebben de nagalm van een ruimte te wijzigen door toevoeging van absorberende oppervlakken. In dit advies worden slechts enkele opties genoemd die vaak in Brusselse woningen worden toegepast.
Volledige oplossing, met zwevende vloer op balken
Deze renovatietechniek, goed aangepast aan de Brusselse context, biedt volgende voordelen:
zorgt voor een efficiënte isolatie zowel tegen luchtgeluiden als tegen contactgeluiden;
verhoogt het vloerniveau bijna niet. Tot 4 cm stelt het schaven van de onderkant van de deuren geen probleem, en de eventuele kleine trede is onzichtbaar;
geeft toegang tot de balken, in geval deze verstevigd moeten worden;
beschermt de plafonds met sierlijsten;
maakt hergebruik van de bestaande vloer mogelijk.
1
2
3
4
Isolatie langs de bovenkant en tussen de draagelementen
Vloerpanelen
Absorberende materiaal
Dempende strook
Te verstevigen balk indien nodig
Hoe te werk gaan?
1
2
3
4
Plint
Silicone
Soepele strook
Vloerbedekking
Demonteer de bestaande vloer (met zorg, als u hem wil hergebruiken).
Controleer de luchtdichtheid van het plafond van de benedenverdieping (maak de spleten dicht, verwijder de ingebouwde spots).
Verstevig zo nodig de vloerstructuur. Deze operatie corrigeert tegelijkertijd een eventuele doorbuiging van de vloer (mettertijd en door herhaalde belasting is het midden van het stuk dikwijls verzakt) en maakt het oppervlak terug vlak.
Plaats een tussen de balken, in een rol of los. Om de efficiëntie te verhogen beveelt het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) aan om vóór de plaatsing van absorberend materiaal een grindlaag te leggen. Deze techniek moet voorbehouden worden voor de gevallen waar een nieuw plafond wordt geplaatst, omdat men zeker moet zijn dat het plafond bestand is tegen het gewicht van het grind.
Men legt stroken, uit een gesneden, aan de rand langs de muren en rond de leidingen die door de vloer lopen.
Op de balken worden noppen of aangebracht.
De zwevende vloer wordt gerealiseerd door de vloerpanelen op de balken te plaatsen zonder bevestigingen erin aan te brengen. In de praktijk gebruikt men OSB panelen van 22 mm dik in een ploegverbinding (op elkaar gelijmd) die een zeer resistente draaglaag vormen. Men kan ook, om het gewicht te verhogen ter verbetering van de geluidsisolatie, nog gipsvezelplaten aan de OSB panelen toevoegen (18 mm OSB is dan voldoende). Gipsvezel mag niet alleen geplaatst worden omdat hij niet zelfdragend is.
Men legt de vloerbedekking die ook de muren en leidingen niet mag raken. De parketleggers raden aan om de vloer op een dunne onderlaag te leggen, maar hij mag in de OSB genageld worden doorheen deze onderlaag, die moet voorkomen dat de vloer piept of kraakt.
De plinten worden geplaatst, waarbij ervoor gezorgd wordt dat de muren en de bedekking elkaar niet opnieuw raken. Om dit te bereiken, plooit men de soepele ontkoppelingsstroken om de vloerbedekking vooraleer de plinten te plaatsen, en men eindigt met een siliconelint met aangepaste kleur. Noteer dat herstel van contact door het plaatsen van kasten of andere meubels moet vermeden worden: als de meubels op de zwevende vloer staan, hebben ze geen rechtstreeks contact met de muren en het plafond; als ze op trilvaste noppen staan (dat wil zeggen gemaakt van geluiddempend materiaal), kunnen ze in de muur bevestigd worden.
Hier wordt de zwevende dekvloer rechtstreeks op de bestaande vloersteen of vloer gelegd. Deze techniek behandelt enkel de contactgeluidsisolatie; ze heeft weinig effect op de luchtgeluiden. De techniek kan aangevuld worden met het plaatsen van een verlaagd akoestisch plafond.
Gegoten dekvloer
1
2
3
Nieuwe dekvloer
Geluiddempend materiaal
Bestaande dekvloer
In het geval van een gegoten dekvloer moet het geluiddempend materiaal absoluut een doorlopende laag vormen. Als het cement ook maar door de minste spleet sijpelt, functioneert de dekvloer niet.
Droge dekvloer
1
2
3
Vloerpanelen
Geluiddempend materiaal
Bestaande vloer
In het geval van een droge dekvloer moet het geluiddempend materiaal niet doorlopend zijn, stroken of noppen functioneren nog beter.
Aandachtspunten
Als de dekvloer of bestaande vloer een doorbuiging of oneffenheden vertoont, moet eerst een laag egalisatiekorrels aangebracht worden.
De ontkoppelingsstroken moeten zorgvuldig aan de rand langs de muren en rond de leidingen geplaatst worden.
De aanbevelingen die in de volledige oplossing betreffende de vloerpanelen, de bedekking en de plinten (punten 7, 8 en 9) gegeven worden, gelden ook hier.
Verlaagd akoestisch plafond
Een verlaagd plafond is samengesteld uit gipsplaten die op een metalen structuur zijn geschroefd. Het wordt onder de vloerbalken of onder een bestaand plafond geplaatst.
Om akoestisch te zijn moet het een absorberend materiaal bevatten en moeten de metalen structuur en de (zware) platen van het gebouw ontkoppeld zijn met behulp van soepele elementen.
Een verlaagd akoestisch plafond behandelt vooral de ; het geeft zelden voldoening tegen .
1
2
3
4
5
Absorberend materiaal
Soepele ontkoppelingsstrook
Metalen structuur
Afwerkingspanelen (2 lagen)
Metalen hangstaven
Aandachtspunten
De metalen rails zijn niet rechtstreeks in de muren verankerd maar door een soepele strook. De buigzaamheid van de rails, loodrecht op de schroeven, maakt het veerkrachteffect mogelijk ondanks de aanwezigheid van de schroeven.
In het geval van grote belastingen worden metalen hangstaven bijgevoegd. Onder een vloersteen in beton gebruikt men trilvaste beugels.
Het absorberend materiaal kan tussen de balken vastgeklemd of op de metalen structuur geplaatst worden.
Om voldoende massa te bekomen gebeurt de afwerking met minstens twee diktes van gips of gipsvezel zonder star contact met de muren of eventuele leidingen. De doorgang van een elektriciteitsdraad vormt geen probleem, maar de opening rond de draad moet opnieuw dichtgemaakt worden. Noteer dat de gips- of gipsvezellagen het naleven van de vereisten voor mogelijk maken.
De voeg aan de rand wordt met siliconemastiek en niet met gips gerealiseerd.
Hoe is de vloerstructuur van een oude Brusselse woning samengesteld?
De structuur van de meeste vloeren van de Brusselse huizen is samengesteld uit houten die in de muren verankerd zijn.
De planken van de parketvloer worden op de balken genageld; het plafond wordt er rechtstreeks aan vastgemaakt. Traditioneel werd een latwerk op het onderste deel van de balken genageld, en daarna bedekt met een dikke pleisterlaag van gladgestreken pleisterkalk en dikwijls versierd met sierlijsten.
Trampoline-effect
Opgelet, de oude vloeren zijn niet altijd zeer stijf. Als de vloer oscilleert onder een impuls (“trampoline-effect”), is zijn stijfheid onvoldoende en moet deze verbeterd worden, zoniet komen de resultaten van elke akoestische ingreep in het gedrang. Gewoonlijk verstevigt men de balken door er met schroefbouten nieuwe houtstukken aan te bevestigen. Controleer evenwel of de balken niet rot zijn of verzwakt door insecten ter hoogte van de verankeringsplaats in de muren.
Rondelet J., Traité théorique et pratique de l’art de bâtir, 1830.
Een wordt voortgebracht door een geluidsbron waarvan de energie in de vorm van trillingen aan de omringende lucht wordt overgedragen (stem, televisie, muziek). Het verspreidt zich van de ene verdieping naar de andere door de elementen van de scheidingswand te doen trillen en wordt zonder onderscheid langs onder of langs boven behandeld (noteer dat een deel van het geluid door de muren kan worden overgedragen, en nog meer als het lichte muren zijn, waardoor in sommige gevallen ook deze muren behandeld moeten worden).
Om zich tegen luchtgeluiden te isoleren past men de twee grote principes van geluidsisolatie toe:
De massawet
De geluidsisolatie van een wand is beter naarmate hij dikker is en samengesteld uit zware materialen.
De globale akoestische prestatie van een wand (muur of vloer) wordt door zijn zwakste elementen bepaald. Daarom dient men ervoor te zorgen dat de homogeniteit van de wandmassa en zijn luchtdichting gewaarborgd wordt (geen ingebouwde spots bijv.).
Het massa-veer-massa-effect
Twee ontkoppelde massa’s, dat wil zeggen zonder star contact met elkaar, isoleren beter dan een massa van dezelfde totale dikte. De ontkoppeling van de twee massa’s lost de geluidsenergie op. Op dit principe zijn de meeste akoestische systemen gebaseerd.
Hoe groter de massa’s en hoe groter de afstand ertussen, hoe efficiënter het systeem.
Prestaties van geluidsisolatie volgens de massawet en het massa-veer-massa-effect – voorbeeld voor een muur in massieve betonblokken
1
2
3
14 cmRw=54dB
28 cmRw=58dB (+4dB)
14 cm en 14cmRw=84dB (+30db)
1
2
Massa 2
Massa 1
In het systeem met zwevende vloer op balken vormt het plafond de eerste massa en de vloerpanelen de tweede. De massa’s worden gescheiden door de hoogte van de balken, met name meestal 18 tot 20 cm, wat een efficiënte afstand is.
De ontkoppeling (veereffect) tussen de massa’s gebeurt hier door:
de dempende elementen op de balken;
de soepele ontkoppelingsstroken aan de rand.
Het absorberend materiaal vormt op zich geen geluidsisolerend materiaal, maar draagt bij aan de geluiddemping in het massa-veer-massa- systeem en verhindert een resonantieverschijnsel tussen de massa’s, dat de prestaties van het systeem zou verminderen.
Om zich tegen luchtgeluiden te isoleren, is een verlaagd akoestisch plafond ook een efficiënte oplossing.
De contactgeluiden
Een wordt voortgebracht door een schok of door een rechtstreeks contact tussen een geluidsbron en een bestanddeel van het gebouw (loopgeluid, verplaatsing van voorwerpen, trillingen van machines…). Het verspreidt zich in heel de gebouwstructuur, soms over een grote afstand, en kan zich naar de andere lokalen verbreiden via alle wanden die een star contact (rechtstreeks contact tussen twee harde lichamen) hebben met het gebouwelement dat de schok ontvangen heeft.
Men doet het starre contact verdwijnen door een soepel materiaal (dempend of ontkoppelend) te plaatsen tussen de bron van geluidsemissie en het gebouw. Concreet vertaalt zich dat in de uitvoering van een zwevende vloer.
Wanneer niet aan de bron kan ingegrepen worden, geven de aannemers soms het advies om een verlaagd akoestisch plafond te plaatsen in het bovenappartement.
Let op, ook al is dit laatste efficiënt tegen luchtgeluiden, het zwakt slecht één component van de contactgeluiden af. De andere wanden brengen deze ook over, en des te gemakkelijker naarmate de wanden dun en licht zijn. Als de plaatsing van het verlaagd akoestisch plafond niet volstaat om het lawaai tot een bevredigend niveau te verminderen, dan moeten ook de dunste wanden behandeld worden, en soms alle wanden tot het realiseren van het “doos in de doos” -principe.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaatinformatie op te slaan en/of te openen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen we gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een negatieve invloed hebben op bepaalde kenmerken en functies.
Functioneel
Altijd actief
Opslag of technische toegang is strikt noodzakelijk met het oog op het legitieme belang om het gebruik van een specifieke dienst mogelijk te maken die uitdrukkelijk is aangevraagd door de abonnee of internetgebruiker, of met als enig doel de overdracht van communicatie via een elektronisch-communicatienetwerk uit te voeren.
Voorkeuren
De opslag of technische toegang is noodzakelijk voor het legitieme belang van het opslaan van voorkeuren die niet worden gevraagd door de abonnee of persoon die de dienst gebruikt.
Statistieken
Technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.Opslag of technische toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Bij gebrek aan een dagvaarding, vrijwillige naleving door uw internetprovider of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die voor dit enige doel is opgeslagen of opgehaald, doorgaans niet worden gebruikt om u te identificeren.
Marketing
Opslag of technische toegang is nodig om internetgebruikersprofielen aan te maken om advertenties te verzenden, of om de internetgebruiker op een website of op meerdere websites met vergelijkbare marketingdoeleinden te volgen.