Hoe zorg je voor samenhang tussen isolatie, luchtdichtheid en ventilatie?
Om goede prestaties op het vlak van thermisch comfort en energiebesparing te bereiken, en tegelijkertijd de kwaliteit van de binnenlucht te handhaven, moet isolatie gepaard gaan met een goede luchtdichtheid een gecontroleerde ventilatie.
Isolatie, luchtdichtheid en gecontroleerde ventilatie
Ventilatie zorgt voor zuurstof en verse lucht en voert CO2, vochtige lucht, vervuiling en geurtjes af, om zo de kwaliteit van de binnenlucht te verzekeren. Ventilatie is noodzakelijk voor de gezondheid van de bewoners en van het gebouw.
De dampdichtheid van de verschillende lagen in het dak moet afnemen van binnen naar buiten. Een kleine hoeveelheid vocht dat in een strenge winterperiode door het dampscherm zou kunnen dringen, kan dan naar buiten afgevoerd worden zonder dat er inwendige condensatie ontstaat.
De dampdoorlaatbaarheid van het onderdak moet groter zijn dan die van het dampscherm. Minstens 6 keer meer doorlaatbaar, idealiter 15 keer.
Meerlagige structuren
Bij gebruik van verschillende isolatielagen moet de meest dampopen isolatie zich aan de buitenkant bevinden.
1
2
3
4
Onderdak
Minst dampopen isolatie (bv. platen in polyurethaan)
Meest dampopen isolatie(bv. houtwolmatten)
Dampscherm
Als de minst dampopen isolatie zich evenwel aan de buitenkant bevindt, moet de R-waarde 1,5 keer groter zijn dan de R-waarde van de binnenste isolatielaag.
1
2
3
4
Onderdak
Minst dampopen isolatie (bv. vormvaste polyurethaanisolatieplaten) met R2-waarde R2 ≥ 1,5 keer R1-waarde
Meest dampopen isolatie (bv. houtwolmatten) met R1-waarde
Dampscherm
Als u een bestaande isolatie wil versterken, kunt u onder het dampscherm een beperkte isolatielaag aanbrengen: de thermische weerstand R van de isolatie boven het dampscherm moet minstens 1,5 keer hoger zijn dan die van de isolatie eronder. Deze methode wordt afgeraden voor vochtige ruimtes.
De afwerking wordt bevestigd op latten, die voor een technisch vacuüm zorgen om de leidingen en kabels te plaatsen. Belangrijk is bij de plaatsing het dampscherm niet te beschadigen.
Dampdoorlaatbaarheid van de binnenafwerking
In geval van een damprem moet de binnenafwerking dampopen zijn. Dampdichte verven of vinylbehangpapier moeten dan ook worden vermeden.
Voor akoestische verbetering moet, naast het gebruik van een soepele of halfstijve isolatielaag, de afwerking:
voldoende massa hebben (minstens een dubbele gipskarton- of gipsvezelplaat en/of een OSB-plaat);
ontkoppeld zijn van de dakstructuur, met andere woorden:
plaatsing met behulp van soepele rails en/of trillingswerende beugels;
zonder star contact met andere wanden. Aan de randen van de afwerkingsplaten worden soepele scheidingsstroken geplaatst.
Het dampscherm kan een folie zijn, pleister of een OSB-plaat. Het wordt altijd tegen de isolatie geplaatst, aan de warme kant van het dak, dus aan de binnenkant, zonder luchtlaag. Het dampscherm garandeert het thermisch rendement van de isolatie en beperkt de risico’s op condensatie:
het beperkt de migratie van waterdamp doorheen de lagen waaruit het dak bestaat;
het verzekert de luchtdichtheid van het dak.
De waterdampdoorlaatbaarheid van het dampscherm wordt weergegeven in de μd-of Sd-waarde. Deze waarde varieert van 2 m voor een dampscherm met hoge waterdampdoorlaatbaarheid tot meer dan 200 m voor een dampscherm met lage doorlaatbaarheid. Wanneer de μd-waarde klein is, spreekt men over het algemeen van een damprem.
Sommige dampschermen hebben een μd-waarde die kan variëren afhankelijk van de luchtvochtigheid en de temperatuur, gaande van 0,25 m tot meer dan 10 m. Dit wordt een genoemd.
Momenteel bestaat er geen consensus over het niveau van doorlaatbaarheid (lage of hoge dampdoorlaatbaarheid) van het te plaatsen dampscherm. Alleen voor ruimtes met een hoge luchtvochtigheid en/of onvoldoende ventilatie zijn specialisten het eens over het gebruik van een dampscherm dat weinig waterdampdoorlaatbaar is.
Ongeacht het gekozen dampscherm is het van groot belang dat de installatie zorgvuldig wordt uitgevoerd om een perfecte luchtdichtheid te garanderen. Deze laatste kan worden gecontroleerd door een op de zolder.
Het dampscherm moet ononderbroken worden geplaatst:
door de verbindingen tussen de folies af te dichten met plakband of lijm;
waarbij het de volledige dakoppervlakte bedekt, verticale en horizontale delen inbegrepen (platte daken, dakkapellen…);
door aandacht te besteden aan de aansluitingen ter hoogte van de dakstructuur, de ramen en het metselwerk. Dakdoorboringen en nietgaten moeten worden afgedicht;
zonder het per ongeluk te perforeren tijdens het hanteren en plaatsen.
De isolatie wordt tot tegen het onderdak geplaatst, zonder luchtlaag tussen beide. Er is een ruim aanbod aan isolatiematerialen op de markt : isolatiematerialen met minerale grondstoffen (glaswol of rotswol), plantaardige grondstoffen (hout, vlas, hennep, cellulose, katoen…), dierlijke grondstoffen (schapenwol…) of synthetische grondstoffen (polyurethaan, geëxtrudeerd polystyreen…).
Vergelijk hun prestaties en prijs, maar ga ook na voor welke toepassingen ze geschikt zijn en wat hun milieu-impact en hun akoestische eigenschappen zijn.
Thermische isolatiematerialen en akoestische prestaties
Thermische isolatie is niet per definitie akoestisch absorberend. Alleen soepele (of halfharde) isolatie met een opencellige structuur, wollig of schuimvormig (plantaardige, dierlijke en minerale wol) kunnen in een geluidsisolatiesysteem worden gebruikt. Stijve isolatie met gesloten cellen (polystyreen, polyurethaan…) en niet-elastisch schuim uit een spuitbus verbeteren de akoestische prestaties van een wand niet en kunnen deze zelfs tenietdoen.
De warmtegeleidingscoëfficiënt λ (“lambda”) en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
λ (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R (uitgedrukt in m²K/W) geeft aan hoe groot de weerstand is tegen warmteverliezen via geleiding van een materiaallaag. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert.
R = e/λ
De warmteweerstand R van een isolatielaag is gelijk aan zijn dikte d (uitgedrukt in meter) gedeeld door zijn warmtegeleiding λ.
Diktes die nodig zijn om minimale thermische prestaties te bereiken : R ≥ 4 m²K/W
Type isolatiemateriaal
λ (W/mK)
e min. (cm)
µ sec
Minerale, plantaardige en dierlijke wol
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1 tot 2
Geëxpandeerd polystyreen of piepschuim (EPS)
0,031 tot 0,045
13 tot 18
60
Geëxtrudeerd polystyreen
0,028 tot 0,038
12 tot 16
300
Polyurethaan (PUR / PIR)
0,023 tot 0,029
10 tot 12
30
Resolschuim
0,022 tot 0,038
9 tot 16
3
Als het dak geïsoleerd moet worden voor het wintercomfort, is het ook belangrijk om oververhitting in de zomer te beperken.
Het oververhittingsrisico neemt sterk af naargelang:
de dakramen en dakkapellen van buitenzonwering voorzien zijn;
de ruimte van een intensieve nachtventilatie profiteert;
er zware materialen met een hoge inertie2 aanwezig zijn in de zolderruimte (bv. muren in beton of volle baksteen);
de interne energiewinsten beperkt blijven (transformatoren, dimmers, halogeenlampen, enz.);
de thermische weerstand R van de isolatie groot is;
de isolatie over een beschikt (houtwol beantwoordt goed aan dit criterium).
De tengellatten worden op het onderdak bevestigd, en creëren zo een afstand tussen het onderdak en de panlatten, waardoor er geen rechtstreeks contact is tussen beide. Ze zorgen zo voor een ongehinderde afvoer van water naar beneden langs het onderdak, en voor een goede ventilatie van de onderkant van de dakpannen, wat hun levensduur ten goede komt.
Net zoals de panlatten zijn de tengellatten in hout, bij voorkeur behandeld tegen aantastingen door zwammen, schimmels of insectenlarven. Als het hout alleen oppervlakkig is behandeld, moeten ook de uiteinden die ter plaatse zijn gezaagd, behandeld worden.
Het onderdak moet ervoor zorgen dat het dak wind-, stof-en regendicht is. Het zorgt ervoor dat regen en sneeuw, die door de wind onder de pannen geblazen worden, ongehinderd naar de kroonlijst afgevoerd worden. Het onderdak beschermt de isolatie en verhindert luchtstromingen in de isolatie die voor aanzienlijke warmteverliezen kunnen zorgen.
Het onderdak moet de regen- en luchtdichting verzekeren, maar tegelijk ook voldoende doorlatend zijn voor waterdamp van binnenuit, om het risico van condensatie in de isolatie te beperken.
Waterdampdoorlaatbaarheid: µ, d en Sd
µ (« mu ») geeft de waterdampdoorlaatbaarheid van een materiaal weer.
De hoeveelheid waterdamp die zich verspreidt doorheen een bepaald materiaal hangt niet alleen af van de µ-waarde van het materiaal, maar ook van de dikte d (uitgedrukt in meter).
De equivalente diffusiedikte μd of Sd (uitgedrukt in meter) geeft de weerstand tegen waterdampdiffusie aan van een materiaal van een bepaalde dikte.
µd = µ x d
Hoe kleiner μd of Sd, hoe dampopener het materiaal is.
De µd-waarde van het onderdak moet kleiner zijn dan 0,5 meter. Deze waarde is terug te vinden op de technische fiche van het onderdak. Vraag ernaar bij uw aannemer.
Om een onderdak te kunnen plaatsen moet de dakbedekking altijd verwijderd worden. Het is niet aan te raden om het onderdak via de binnenkant te plaatsen, omdat deze techniek geen volledige regendichtheid garandeert.
Het onderdak bestaat uit stijve panelen of een soepel membraan.
Vormvaste onderdaken
Dampopen onderdaken zijn geschikt voor elke isolatiemethode. Ze zijn duurder, maar hebben verschillende voordelen:
vormvaste onderdaken waaien niet op door de wind waardoor elk contact met de dakbedekking wordt vermeden;
hun vermogen om het vocht te regelen maakt de tijdelijke absorptie mogelijk van eventueel condenswater dat zich tegen de onderzijde kan vormen;
hun beperkte isolerende waarde vermindert de impact van koudebruggen;
hun massa draagt bij aan de akoestische isolatie van het dak;
de platen sluiten onderling aan met tand en groef (plaatsing met de tand naar boven), het winddicht afkleven kan dus beperkt blijven tot een aantal specifieke plaatsen (ter hoogte van de nokken, dakdoorvoeren, dakramen…).
Koudebrug : zone van de gebouwschil waar de isolatie zwakker is en een gemakkelijkere doorgang aan warmte biedt. De koudebrug, of bouwknoop, is een koud punt waar waterdamp kan condenseren.
Platen in houtvezel (al dan niet geïmpregneerd met bitumen of latex) of in versterkte houtwolcement beantwoorden aan deze karakteristieken.
Soepele membranen
Deze vereisen een subtielere plaatsing. Om te voorkomen dat ze door de wind of tijdens de plaatsing van de isolatie vervormen, moeten ze optimaal worden aangespannen. De verbindingen tussen de folies en met het gebouw moeten met plakband worden afgedicht. Soepele membranen zijn meestal zeer dampopen.
De onderdelen van het dak moeten correct worden uitgevoerd en zich op de juiste plaats bevinden, zeker als het dak geïsoleerd is. Naast de pannen of leien en panlatten zijn een onderdak en tengellatten, thermische isolatie en een dampscherm onontbeerlijk.
Een systeem van onderling afhankelijke componenten
Alle onderdelen vormen samen één geheel; hun keuze wordt bepaald door hun eigen kenmerken en die van de andere onderdelen (thermische weerstand, waterdampdoorlatendheid…).
Hoe isolatie, luchtdichtheid en gecontroleerde ventilatie combineren?
Om goede prestaties op het vlak van thermisch comfort en energiebesparing te realiseren en tegelijk een goede luchtkwaliteit te verzekeren, moet isolatie gepaard gaan met een goede luchtdichtheid en een gecontroleerde ventilatie.
Isolatie, luchtdichtheid en gecontroleerde ventilatie
Ventilatie zorgt voor zuurstof en verse lucht en voert CO2, vochtige lucht, vervuiling en geurtjes af, om zo de kwaliteit van de binnenlucht te verzekeren. Ventilatie is noodzakelijk voor de gezondheid van de bewoners en van het gebouw.
Hoe de isolatie van een reeds geïsoleerd plat dak verbeteren?
Als het bestaande dak een warm dak is
Indien de structuur, het dampscherm en de isolatie in goede staat zijn, kan er zonder beperkingen isolatie overheen worden aangebracht en een nieuw warm dak worden gemaakt.
Bij twijfel over de aanwezigheid van een dampscherm tussen de vloer en de isolatie, moet de R-waarde van de daarboven toegevoegde nieuwe isolatielaag minstens 1,5 keer hoger zijn dan de R-waarde van de bestaande isolatie.
1
2
3
4
Nieuwe waterdichting
Isolatiemet R2 -waarde ≥ 1,5 keer R1-waarde
Bestaande waterdichting
Isolatiemet R1-waarde
Als de structuur van beton is, kan isolatie worden toegevoegd door middel van de techniek van het omgekeerde dak. De toevoeging van een omkeerdak op een warm dak wordt duodak of gecombineerd dak genoemd.
1
2
3
4
Ballast
Isolatiemet R2 -waarde ≥ 1,5 keer R1-waarde
Bestaande waterdichting
Isolatiemet R1-waarde
Als het bestaande dak een omkeerdak is
Een isolatielaag wordt toegevoegd aan de bestaande laag (zonder eisen in de verhouding van de R-waarden). Vervolgens wordt de ballast teruggeplaatst of, zoals op de afbeelding hieronder, wordt een nieuwe afdichting geplaatst om er een warm dak van te maken.
1
2
3
4
Nieuwe waterdichting
Toegevoegde isolatie
Bestaande isolatie
Bestaande waterdichting
Als het bestaande dak een compact dak is
Het wordt omgebouwd tot een gemengd dak door het aanbrengen van een isolatielaag bovenop volgens de techniek van het warme dak, met inachtneming van de verhouding van de R-waarden
De afwerking wordt bevestigd op latten, die voor een technisch vacuüm zorgen om de leidingen en kabels te plaatsen. Belangrijk is bij de plaatsing het dampscherm niet te beschadigen.
Binnenafwerking en dampdoorlaatbaarheid
In geval van een damprem moet de binnenafwerking dampopen zijn. Dampdichte verven of vinylbehangpapier moeten dan ook worden vermeden.
Voor akoestische verbetering1 moet een soepele of halfstijve isolatielaag onder de dakvloer worden aangebracht, en moet de afwerking:
voldoende massa hebben (minstens een dubbele gipskarton- of gipsvezelplaat en/of een OSB-plaat),
ontkoppeld zijn van de dakstructuur, met andere woorden:
plaatsing met behulp van soepele rails en/of trillingswerende beugels,
zonder star contact met andere wanden. Aan de randen van de afwerkingsplaten worden soepele scheidingsstroken geplaatst.
Zie de Code van goede geluidspraktijken – technisch referentiekader inzake geluidsisolatie voor de premie voor de renovatie van het woonmilieu, Leefmilieu Brussel, 2015. ↩︎
Het dampscherm kan een folie zijn, pleister of een OSB-plaat. Het garandeert het thermisch rendement van de isolatie en beperkt de risico’s op condensatie:
het beperkt de migratie van waterdamp doorheen de lagen waaruit het dak bestaat,
het verzekert de luchtdichtheid van het dak.
De waterdampdoorlaatbaarheid van het dampscherm wordt weergegeven in de μd ou Sd-waarde. Deze waarde varieert van 2 m voor een dampscherm met hoge waterdampdoorlaatbaarheid tot meer dan 200 m voor een dampscherm met lage doorlaatbaarheid. Wanneer de μd-waarde klein is, spreekt men over het algemeen van een damprem.
Sommige dampschermen hebben een μd-waarde die kan variëren afhankelijk van de luchtvochtigheid en de temperatuur, gaande van 0,25 m tot meer dan 10 m. Dit wordt een genoemd.
Er bestaat geen consensus onder de experts over het niveau van doorlaatbaarheid (lage of hoge dampdoorlaatbaarheid) van het te plaatsen dampscherm, behalve in twee specifieke gevallen:
in een compact dak (dit concept wordt verder uitgelegd) wordt altijd een vochtgestuurde damprem gebruikt);
een dampscherm met een lage waterdampdoorlaatbaarheid heeft de voorkeur boven ruimtes met een hoge luchtvochtigheid en/of onvoldoende ventilatie.
Waterdampdoorlaatbaarheid: µ, d en Sd
µ (« mu ») geeft de waterdampdoorlaatbaarheid van een materiaal weer.
De hoeveelheid waterdamp die zich verspreidt doorheen een bepaald materiaal hangt niet alleen af van de µ-waarde van het materiaal, maar ook van de dikte d (uitgedrukt in meter).
De equivalente diffusiedikte μd of Sd (uitgedrukt in meter) geeft de weerstand tegen waterdampdiffusie aan van een materiaal van een bepaalde dikte.
µd = µ x d
Hoe kleiner de µd of Sd -waarde, hoe meer waterdampdoorlatend het materiaal is.
Uitvoering van het dampscherm
Ongeacht het gekozen dampscherm is het van groot belang dat de installatie zorgvuldig wordt uitgevoerd om een perfecte luchtdichtheid te garanderen.
Wanneer de isolatie boven de dakvloer wordt geplaatst, wordt het dampscherm op de vloer geplaatst voordat de isolatie wordt aangebracht.
Het wordt aan de rand hoog genoeg opgetrokken om contact tussen de isolatie en de muur te vermijden. Bij renovatie kunnen bestaande soepele waterdichte membranen vaak behouden blijven en als dampscherm worden gebruikt.
Wanneer de isolatie van onderaf wordt geplaatst (compact dak), wordt het dampscherm tegen de isolatie aan de warme kant van het dak geplaatst, zonder luchtlaag. Bij dit daktype bestaat er een aanzienlijk risico op condensatie. Om dit risico te beperken, moet de installatie van het dampscherm perfect zijn. De kwaliteit van de luchtdichtheid kan worden gecontroleerd door een plaatselijke .
Het dampscherm moet ononderbroken geplaatst worden:
waarbij het de volledige dakoppervlakte bedekt;
door aandacht te besteden aan de aansluitingen ter hoogte van de dakstructuur, de koepels en het metselwerk. Dakdoorboringen en nietgaten moeten worden afgedicht;
zonder het per ongeluk te perforeren tijdens het hanteren en plaatsen.
De isolatie wordt ononderbroken geplaatst zonder luchtlaag. Bij plaatsing boven de dakvloer moet deze bestand zijn tegen samendrukking (bijv.: kurk, cellenglas, houtvezel met hoge dichtheid, sommige polyurethanen, geëxtrudeerd polystyreen…). Bij plaatsing van onderaf wordt soepele isolatie gebruikt (bijv.: glaswol, rotswol, houtwol, vlaswol, hennepwol, schapenwol, celluloseschuim…).
Vergelijk hun prestaties en prijs, maar ga ook na voor welke toepassingen ze geschikt zijn en wat hun milieu-impact en hun akoestische eigenschappen zijn.
Verschil tussen thermische en akoestische isolatie
Thermische isolatie is niet per definitie akoestisch absorberend. Alleen soepele (of halfharde) isolatie met een opencellige structuur, wollig of schuimvormig kunnen in een geluidsisolatiesysteem worden gebruikt. Stijve isolatie met gesloten cellen verbeteren de akoestische prestaties van een wand niet en kunnen deze zelfs tenietdoen.
Denk aan akoestische isolatie vanaf de renovatie
Bij renovatiewerken hebben de eigenaars de neiging om de akoestische behandeling uit het oog te verliezen, die zij als een bijkomstige luxe beschouwen. Maar de dagelijkse geluiden van de ene woning naar de andere veroorzaken soms een ondraaglijke overlast… Denk eraan vanaf de start van uw project!
Raadpleeg onze brochure “De geluidsisolatie” voor meer informatie en vraag advies aan onze begeleidingsdienst!
Raadpleeg onze advies of onze brochure “De geluidsisolatie” voor meer informatie en vraag advies aan onze begeleidingsdienst!
De warmtegeleidingscoëfficiën λ (« lambda ») en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
λ ((uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R (uitgedrukt in m2K/W) geeft aan hoe groot de weerstand is tegen warmteverliezen via geleiding van een materiaallaag. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert.
R = e/λ
De warmteweerstand R van een isolatielaag is gelijk aan zijn dikte d (uitgedrukt in meter) gedeeld door zijn warmtegeleiding λ
Minimale thermische prestaties R ≥ 4 m²K/W
Type d’isolant
λ (W/mK)
min.d. (cm)
Cellenglas
0,038 à 0,050
16 à 20
Minerale, plantaardige en dierlijke wol
0,030 à 0,045
13 à 18
Kurk
0,032 à 0,045
13 à 18
Geëxpandeerd polystyreen of piepschuim (EPS) 0,031 tot 0,045
0,031 à 0,045
13 à 18
Geëxtrudeerd polystyreen (XPS)
0,028 à 0,038
12 à 16
Polyurethaan (PUR / PIR)
0,023 à 0,029
10 à 12
Resolschuim
0,022 à 0,038
9 à 16
Vergelijk de technische fiches om in de materiaalcategorie die u hebt gekozen, die met de kleinste λ te selecteren.
Oververhitting onder het dak in de zomer beperken
Als het dak geïsoleerd moet worden voor het wintercomfort, is het ook belangrijk om oververhitting in de zomer te beperken.
Het oververhittingsrisico van de ruimtes onder het dak neemt sterk af naargelang:
het dak wordt beschermd door ballast of zonnepanelen, of wordt ingericht tot een groendak;
het afdichtingsmembraan lichtgekleurd is of bedekt met een reflecterende verf;
de koepels van zonwering voorzien zijn;
het dak van een hoge profiteert (bijv. betonnen vloerplaat);
er zware materialen met een hoge thermische inertie¹ aanwezig zijn in de zolderruimte (bijv. muren in beton of volle baksteen);
de ruimte van een intensieve nachtventilatie profiteert;
de interne energiewinsten beperkt blijven (transformatoren, dimmers, halogeenlampen, enz.);
de thermische weerstand R van de isolatie groot is;
de isolatie over een hoge thermische inertie beschikt (houtwol en houtvezels beantwoorden goed aan dit criterium).
Afdichting bedekt met lichtweerkaatsende verf
Afdichting beschermd door een lichtgekleurde ballastlaag
Hoe kan de waterdichtheid tegen regen worden gegarandeerd?
In deze advies gaan we alleen in op soepele bekledingen, omdat metalen afdekkingen een andere aanpak vereisen.
Bitumineuze afdichtingen
De bitumenfolie wordt in verschillende lagen gelegd, die aan elkaar moeten kleven door middel van verlijming of mechanische bevestiging.
De eindlaag, die altijd gelijmd of gelast wordt, wordt meestal beschermd tegen UV-stralen door leislag.
De dichtingen moeten worden gelast of aan elkaar worden gelijmd met volledige verkleving met voldoende overlapping (7 tot 15 cm afhankelijk van het soort membraan en de plaatsing).
Voordelen
Tijdens de werken wordt het gebouw luchtdicht gemaakt door de eerste lagen en kan worden gewacht tot alle uitvoerders hun werkzaamheden hebben voltooid om de eindlaag aan te brengen
De meerlaagse afdichting vermindert het risico op lekkage
Nadelen
Omdat er veel fouten mogelijk zijn, moet het bedrijf ervaren zijn.
De plaatsing door vlamlassen zorgt voor de beste afdichting maar is een bron van giftige dampen (en, in zeldzame gevallen, van brand)
Vervuilend
Verlijming van bitumineuze lagen door vlamlassen
Synthetische afdichtingen
Ze worden in één laag aangebracht.
Het EPDM-membraan wordt het meest gebruikt. Het kan op maat van het dak worden gemaakt en zonder voegen worden geplaatst. De aansluitingen tussen de banen worden in een fabriek gemaakt door middel van een procédé dat voor een perfecte lasnaad zorgt.
Als de plaatsing wordt gedaan zonder verlijming op de ondergrond, wordt een gewapend membraan gebruikt om vouwen te voorkomen en de windweerstand te verhogen.
De meeste EPDM-fabrikanten leveren geprefabriceerde onderdelen voor hoekverbindingen en de doorgang van leidingen. De instructies van de fabrikant moeten gevolgd worden.
Plaatsing van het EPDM-membraan
Voordelen
Productie op maat zonder voegen Snelle plaatsing
Licht
Recycleerbaar
Goed brandgedrag
Lange levensduur, geen nood aan UV-bescherming
Nadelen
Tijdens de werkzaamheden moet de afdichting beschermd worden zodat ook andere uitvoerders op de werf kunnen circuleren
Als de plaatsing zonder verlijming wordt uitgevoerd, zijn lekken moeilijk op te sporen
Vloeibare afdichting
De deklaag (coating) wordt in twee lagen aangebracht met wapening op een stabiele ondergrond (beton of bestaande afdichting).
Door haar consistentie kan ze complexe oppervlakken zoals koepels, opstanden van dakvensters of andere structuren met sterke hellingen afdichten.
De technische goedkeuringen (ATG) van de afdichtingsproducten beschrijven hun toepassingsgebied. Hier zijn enkele aanwijzingen:
Lekdetectie: een meerlaagse installatie met volledige verkleving op de dakvloer vergemakkelijkt het opsporen van lekken. Te gebruiken op moeilijk toegankelijke plaatsen.
Gewicht: EPDM is zeer dun en licht. Ballasttechnieken daarentegen voegen een aanzienlijk overgewicht toe, waardoor een controle van de stabiliteit van de structuur nodig is.
Milieuaspecten: EPDM heeft een geringe ecologische impact en kan op een milieuvriendelijke manier worden gerecycleerd. Bitumineuze bekledingen zijn vervuilend en moeilijker te recycleren omwille van hun heterogeniteit.
Regenwateropvang: alle bekledingen zijn bruikbaar.
Groendaken: voor intensieve groendaken, met een grote bodemdikte en hoge vegetatie, kunnen alle bekledingen gebruikt worden op voorwaarde dat een wortelbescherming wordt aangebracht. Sommige EPDM-membranen hebben een technische goedkeuring waardoor ze als ondersteuning van een extensief groendak kunnen dienen (d.w.z. met een geringe substraatdikte en sedumbeplanting). Een tweelaagse installatie wordt echter aanbevolen, met volledige verkleving op de dakvloer.
Voor meer informatie, consulteer onze advies of onze brochure “Groendaken – Impact en installatie“
UV-bestendigheid: EPDM is UV-bestendig en scheurt niet bij langdurige blootstelling aan de zon. Een bitumineuze bekleding veroudert minder goed, maar kan tegen UV-stralen beschermd worden door middel van ballast.
Windweerstand: Als uw dak in hoge mate aan de wind is blootgesteld, gebruik dan lagen die goed aan elkaar en aan de dakvloer zijn gelijmd. Een ballast wordt ook aanbevolen.
Brandgedrag: EPDM is onbrandbaar. Bitumen kan de brandverspreiding en de rookontwikkeling bevorderen, wat de interventie van de brandweer verstoort; maar door gebruik van ballast worden deze risico’s tot een minimum beperkt.
Wat zijn de belangrijke onderdelen van een plat dak?
De waterdichting, de thermische isolatie en het dampscherm zijn essentieel.
Compatibele componenten kiezen
Deze componenten vormen een geheel; elk van hen moet gekozen worden op basis van zijn eigenschappen en die van de andere. Ze moeten correct en op de juiste plaats worden uitgevoerd.
Welke aandachtspunten zijn er vóór en tijdens de isolatie van de zoldervloer?
Voorbereidende werken
Voordat u met de isolatiewerken begint, moet u:
De regendichting van het hellend dak controleren. De oorzaken van de infiltratie moeten worden weggewerkt;
De bestaande vloerconstructie inspecteren op stabiliteit en gezondheid
(barsten, insecten,zwammen en vocht). Isolatie zorgt voor een extra belasting. Het is aanbevolen een stabiliteitsingenieur in te schakelen om te bepalen of de draagstructuur moet worden versterkt of vervangen;
Alle eventuele bijkomende werken uitvoeren zoals het slopen van ongebruikte schoorstenen, het aanpassen van de schacht voor het toegangsluik naar de zolder…
Leidingen en kabels integreren in de bestaande houten structuur. Bij een betonnen vloer kunnen ze op de vloer gelegd worden.
Rookkanaal
Rookkanalen vereisen speciale aandacht om het brandgevaar te beperken, aangezien zij verbrandingsgassen met een hoge temperatuur naar buiten voeren. Rondom het rookkanaal moet onbrandbare isolatie worden aangebracht, zoals minerale wol (Euroklasse brandreactie A1 of A2-s1d0).
1
2
Onbrandbare isolatie
Ketel
Geluidsiolatie
Thermische isolatiematerialen zijn niet noodzakelijk geluiddsabsorberende materialen. Om te zorgen voor geluidsisolatie tegen luchtgeluid is het namelijk noodzakelijk dat:
de isolatie soepel, halfhard of los is, met een open celstructuur, wollig of schuimig (bijvoorbeeld: plantaardige, dierlijke en minerale wol). Harde materialen met gesloten cellen (bijv. polystyreen, polyurethaan…) verbeteren de akoestische prestaties van een muur niet en kunnen deze zelfs tenietdoen;
de vloer- of plafondafwerking zwaar is en ontkoppeld van de hoofdstructuur.
Zie voor meer informatie onze advies « Geluidsisolatie van een Brussels huis verdeeld in appartementen ».
Om goede prestaties op het vlak van thermisch comfort en energiebesparing te bereiken, en tegelijkertijd de kwaliteit van de binnenlucht te handhaven, moet isolatie gepaard gaan met een goede luchtdichtheid en een gecontroleerde ventilatie.
Ventilatie zorgt voor zuurstof en verse lucht en voert CO2, vochtige lucht, vervuiling en geurtjes af, om zo de kwaliteit van de binnenlucht te verzekeren. Ventilatie is noodzakelijk voor de gezondheid van de bewoners en van het gebouw.
In het algemeen moet bij de volgorde van de plaatsing van materialen rekening worden gehouden met hun waterdampdoorlaatbaarheid, ze moeten worden geplaatst van de meest luchtdichte (warme kant) naar de meest open (koude kant – zolder), om het risico van interne condensatie te voorkomen.
De vloerafwerking moet meer dampdoorlatend zijn dan het dampscherm. Minstens 6 keer meer doorlaatbaar, idealiter 15 keer.
Meerlagige structuur
Bij gebruik van verschillende isolatielagen moet de meest dampopen isolatie zich aan de kant van de zolder bevinden.
Meest dampopen isolatie(bijvoorbeeld: houtwolmatten)
Minst dampopen isolatie(bijvoorbeeld: polyurethaanplaten)
Dampscherm
Plafondpaneel
Als de minst dampopen isolatie zich echter aan de kant van de zolder bevindt, moet ervoor gezorgd worden dat de R-waarde ervan (thermische weerstand) 1,5 keer hoger is dan die van de kant van de verwarmde ruimte.
Minst dampopen isolatie (bijvoorbeeld: polyurethaanplaten) met R2-waarde ≥ 1,5 keer de R1-waarde
Minst dampopen isolatie(bijvoorbeeld: houtwol) met R1-waarde
Dampscherm
Pleister op latwerk
Om een bestaande isolatie te versterken, is het mogelijk om een beperkte isolatielaag onder het dampscherm toe te voegen: de thermische weerstand R van de isolatie boven het dampscherm moet minstens 1,5 keer hoger zijn dan die van de isolatie eronder. Deze methode wordt afgeraden voor vochtige ruimtes.
Welke elementen moeten worden toegepast om de zoldervloer te isoleren?
Voor het isoleren van een zoldervloer moeten drie elementen worden aangebracht: het , de thermische isolatie en de afwerking.
Compatibele componenten kiezen
Al deze componenten vormen een geheel: elk ervan moet worden gekozen op basis van zijn eigenschappen en die van de andere (warmteweerstand, waterdampdoorlaatbaarheid…).
Het dampscherm
Het dampscherm is een folie of een OSB (Oriented Strand Board). Het wordt altijd tegen de isolatie geplaatst, aan de warme kant, zonder luchtlaag.
Het dampscherm :
zorgt voor luchtdichtheid, d.w.z. het voorkomt de circulatie van lucht van de binnenkant naar de buitenkant van de muur. Dit beperkt het warmteverlies dat gepaard gaat met deze ongecontroleerde luchtstromen;
beperkt de migratie van waterdamp door de lagen waaruit de vloer bestaat en dus het risico van inwendige condensatie. Deze laatste zou permanent vochtige zones in de muur creëren, waardoor de thermische prestaties van de isolatie zouden verminderen en in sommige gevallen de muur zou worden aangetast (bijvoorbeeld: schimmel).
Dampdoorlaatbaarheid: µ, d en Sd
µ(« mu ») geeft de waterdampdoorlaatbaarheid van een materiaal weer.
De hoeveelheid waterdamp die zich verspreidt doorheen een bepaald materiaal hangt niet alleen af van de µ-waarde van het materiaal, maar ook van de dikte d (uitgedrukt in meter).
De equivalente diffusiedikte μd of Sduitgedrukt in meter) geeft de weerstand tegen waterdampdiffusie aan van een materiaal van een bepaalde dikte.
µd = µ x d
Hoe kleiner µd of Sd, hoe dampopener het materiaal is.
De waterdampdoorlaatbaarheid van het dampscherm wordt weergegeven in de μd— of Sd-waarde. Deze waarde varieert van 2 m voor een dampscherm met hoge waterdampdoorlaatbaarheid en tot meer dan 200 m voor een dampscherm met lage doorlaatbaarheid. Wanneer de μd-waarde klein is, spreekt men over het algemeen van een damprem.
Sommige dampschermen hebben een μd -waarde die kan variëren afhankelijk van de luchtvochtigheid en de temperatuur, gaande van 0,25 m tot meer dan 10 m. Dit wordt een genoemd.
Momenteel bestaat er geen consensus over het niveau van doorlaatbaarheid (lage of hoge dampdoorlaatbaarheid) van het te plaatsen dampscherm. Alleen voor ruimtes met een hoge luchtvochtigheid en/of onvoldoende ventilatie zijn specialisten het eens over het gebruik van een dampscherm dat weinig waterdampdoorlaatbaar is.
Aanbrengen van het dampscherm
Ongeacht het gekozen dampscherm is het van groot belang dat de installatie zorgvuldig wordt uitgevoerd om een perfecte luchtdichtheid te garanderen.
Het dampscherm moet doorlopend worden geplaatst, zonder openingen of luchtzakken. Tussen de folies van het dampscherm, en tussen het dampscherm en de andere bouwelementen moeten dichte verbindingen gemaakt worden.
Bij de techniek « Isoleren op de houten of betonnen vloer », wordt het dampscherm op de vloer geplaatst voordat de isolatie wordt aangebracht. Het wordt gevouwen en hermetisch loodrecht aangebracht op de omringende muren over de hoogte van het isolatiecomplex.
Het dampscherm is essentieel, behalve wanneer de vloer zelf perfect lucht- en dampdicht is (bijvoorbeeld: betontegel zonder openingen).
Bij de techniek « Isoleren in de dikte van de houten structuur langs onder », wordt het dampscherm tegen de isolatie geplaatst, aan de warme kant. Het wordt gevouwen en hermetisch aangebracht op de bovenzijde van de muren.
Bij de techniek « Isoleren in de dikte van de houten structuur langs boven », wordt het dampscherm in de bestaande houten structuur geplaatst voordat de isolatie wordt aangebracht. Het wordt opgevouwen en hermetisch loodrecht aangebracht op de omringende muren over de hele hoogte van het isolatiecomplex.
Er zijn talloze isolatiematerialen op de markt. Maar er zijn verschillende parameters die kunnen helpen bij het nemen van een beslissing.
Allereerst is het belangrijk een isolatiemateriaal te kiezen dat geschikt is voor de aanbevolen techniek.
Wanneer de isolatie in een houtstructuur (hoofd- of hulpconstructie) wordt aangebracht, verdienen soepele, halfharde of losse materialen de voorkeur omdat deze goed aansluiten op de onregelmatigheden van de constructie (zonder luchtzakken) en daardoor betere thermische prestaties leveren.
Wordt de isolatie daarentegen op de structuur (hout of beton) aangebracht, dan wordt gekozen voor een harde isolatie die bestand is tegen samendrukking.
Een verantwoord isolatiemateriaal kiezen
Om deel uit te maken van een ecoconstructieproces, is het noodzakelijk een isolatiemateriaal niet alleen te kiezen op basis van zijn thermische, technische en economische eigenschappen. Het effect ervan op het milieu, op de gezondheid van de bewoners en de aannemers moet worden beoordeeld, en dit gedurende zijn hele levensduur.
De warmtegeleidingscoëfficiënte λ (« lambda ») en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
λ ((uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R (uitgedrukt in m²K/W) geeft de weerstand van een materiaallaag tegen het doorlaten van warmte weer. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert.
R = d/λ
De warmteweerstandR van een isolatielaag is gelijk aan zijn dikte d (uitgedrukt in meter) gedeeld door zijn warmtegeleiding λ.
Eigenschappen volgens de soorten isolatie
Toestand van de isolatie
los
Soepel
Hard
thermische prestatie λ (W/mK)
dikte R ≥ 4
µ sec
Cellulose
((v))
((v))
((x))
0,037 tot 0,041
15 tot 17 cm
1 tot 2
Kurk
((v))
((x))
((v))
0,032 tot 0,045
13 tot 18 cm
30
Houtwol
((v))
((v))
((v))
0,036 tot 0,043
15 tot 18 cm
4
Glas-/steenwol
((v))
((v))
((v))
0,030 tot 0,045
13 tot 18 cm
1,2 tot 1,5
Geëxpandeerd polystyreen (EPS)
((v))
((x))
((v))
0,021 tot 0,045
13 tot 18 cm
60
Geëxtrudeerd polystyreen (XPS)
((x))
((x))
((v))
0,028 tot 0,038
12 tot 16 cm
300
Polyurethaan (PUR / PIR)
((x))
((x))
((v))
0,023 tot 0,029
10 tot 12 cm
30
Resolschuim
((x))
((x))
((v))
0,022 tot 0,038
9 tot 16 cm
35
Soepele isolatie in een houtstructuur
Losse isolatie in een hulpconstructie
Aanbrengen van isolatie
Om koudebruggen te beperken en luchtstromen in de isolatie te voorkomen, is het raadzaam om:
de isolatie doorlopend en zonder luchtzakken te plaatsen;
de hulpstructuren te kruisen;
de voegen van de verschillende isolatielagen te doen verspringen.
De afwerking
Aanbrengen van de vloerafwerking
Door de vloerafwerking wordt de isolatie beschermd (tegen knaagdieren, mogelijke waterinfiltratie…) en wordt een luchtdichte afsluiting verkregen om het risico van tocht in het isolatiecomplex te beperken. Deze zouden aanzienlijke warmteverliezen veroorzaken.
De vloerafwerking, of het nu gaat om panelen of een soepele folie, moet dampdoorlatend zijn om het risico van condensatie in de isolatie te beperken.
Ze wordt doorlopend op de harde isolatie of op de hulpstructuur geplaatst.
De vloerplaten (bijvoorbeeld in houtvezel) worden gebruikt om lasten te verdelen en een begaanbaar oppervlak te creëren (daktoegang, opslagruimte…). Er zijn isolatieplaten die al voorzien zijn van een vloerafwerking.
De luchtdichte folie (bijvoorbeeld een onderdak) wordt geplaatst op moeilijk toegankelijke plaatsen, bijvoorbeeld in de onderrand van het dakvlak, op een ontoegankelijke zolder… waar het leggen van vloerplaten complex is. Ze moet worden gelegd in continuïteit met de vloerplaten. De verbindingen tussen deze twee elementen worden luchtdicht gemaakt met kleefstrips.
De plafondpanelen (bijvoorbeeld gipsplaten) worden op de hulpconstructie (lat, Metal Stud…) bevestigd. Hierdoor ontstaat een technisch vacuüm voor de integratie van leidingen, kabels, … Let erop dat het dampscherm tijdens de installatie niet wordt beschadigd.
Dampdoorlaatbaarheid
In geval van een , moet de binnenafwerking dampopen zijn. Dampdichte verven of vinylbehangpapier moeten dan ook worden vermeden.
Welke isolatietechniek voor de zoldervloer kiezen?
De keuze van de isolatietechniek voor de zoldervloer hangt af van de bestaande situatie. Merk op dat sommige technieken geschikter zijn, afhankelijk van het materiaal van uw vloer.
Isoleren op een houten vloer
1
2
3
4
Afwerking vloer
Isolatie
Dampscherm
Bestaande structuur in hout of beton
Isoleren op een betonnen vloer
1
2
3
4
Afwerking vloer
Isolatie
Dampscherm
Bestaande structuur in hout of beton
Isoleren in de dikte van de houtstructuur door langs onder te werken
1
2
3
4
5
Afwerking vloer
Isolatie
Dampscherm
Bestaande structuur in hout of beton
Plafondafwerking
Isoleren in de dikte van de houtstructuur door langs boven te werken
1
2
3
4
Afwerking vloer
Isolatie
Dampscherm
Bestaande structuur in hout of beton
Isoleren op de houten of betonnen vloer
Deze eenvoudig toe te passen techniek bestaat uit het plaatsen van soepele of harde isolatie op een bestaande vloer (houten of betonnen vloer) zonder in te grijpen in de afwerking van de benedenverdieping.
Een mogelijk nadeel is het verminderde opslagvolume.
Het wordt afgeraden om een betonnen vloer vanaf de onderkant (warme kant) te isoleren. Deze techniek brengt te veel risico’s van en met zich mee. Bovendien kunt u zo niet profiteren van de van de vloer.
Isoleren in de dikte van de houten structuur langs onder
Bij deze techniek wordt de isolatie in de houten vloerconstructie geplaatst die van onder wordt bereikt vanaf de benedenverdieping.
Hierdoor blijft de afwerking van de zoldervloer behouden, evenals het oorspronkelijke opslagvolume.
Het is echter niet mogelijk om de plafondafwerking te behouden, wat een nadeel kan zijn als er lijstwerk of rozetten op het plafond zijn aangebracht.
De vermindering van het leidt automatisch tot een vermindering van het energieverbruik.
Deze techniek is goedkoper dan isolatie van hellende daken, vooral vanwege het kleinere te isoleren oppervlak.
Deze optie is eenvoudig uit te voeren en wordt meestal gekozen wanneer u de werkzaamheden zelf wilt uitvoeren. Een ander voordeel van deze techniek is dat de werkzaamheden binnen het gebouw worden uitgevoerd en dus onafhankelijk zijn van de weersomstandigheden.
De zoldervloer isoleren wordt afgeraden wanneer zich technische apparaten op zolder bevinden (verwarmingsketel, ventilatiegroep, boiler…). Enerzijds is het af te raden om de geïsoleerde vloer te doorboren met leidingen of buizen, omdat dit en risico’s van zou veroorzaken. Anderzijds is de efficiëntie van deze apparaten beter wanneer ze zich in het verwarmde volume bevinden.
Als u kiest voor isolatie van het hellende dak, raadpleeg dan onze advies « Hellend dak – Renovatie en isolatie ».
Gevelstructuurelementen zoals dragend metselwerk moeten een E60 brandweerstand hebben (vlamdichtheid gedurende 60 minuten).
Momenteel zijn er geen eisen inzake gevelisolatie. Om de mogelijke verspreiding van brand op de gevel van gebouwen met brandbare isolatie te beperken, beveelt de DBDMH echter aan voor:
Gebouwen met een gemiddelde hoogte: gebouwen met een gemiddelde hoogte (tussen 10 en 36 m hoog), oplossingen op basis van regelmatige onderbreking van de brandbare isolatie (in het geval van ETICS of gelijmde steenstrips) of van de spouw (in het geval van een gevelbekleding met gevelbebording).
Hoge gebouwen: zeer hoge gebouwen (hoger dan 36 m) moeten voor alle gevelelementen (inclusief isolatie) onbrandbare materialen (klasse A2-s3, d1) worden gebruikt.
Lage gebouwen: lage gebouwen (minder dan 10 m hoog) zoals eengezinswoningen bestaan er geen specifieke aanbevelingen.
Om goede prestaties op het vlak van thermisch comfort en energiebesparingen te realiseren en tegelijk een goede luchtkwaliteit te verzekeren, moet een woning niet alleen geïsoleerd worden maar ook goed luchtdicht afgewerkt zijn en uitgerust met een gecontroleerde ventilatie.
Essentiële ventilatie
Ventilatie zorgt voor zuurstof en verse lucht en voert CO2, vochtige lucht, vervuiling en geurtjes af, om zo de kwaliteit van de binnenlucht te verzekeren. Ventilatie is noodzakelijk voor de gezondheid van de bewoners en van het gebouw.
Het condensatieverschijnsel op de wanden die naar buiten uitgeven wordt over het algemeen beïnvloed door een vochtig binnenklimaat. Om condensatieproblemen te vermijden, is het belangrijk om het huis te ventileren, maar ook de productie van waterdamp te beperken en de kamers voldoende te verwarmen.
Wat zijn de isolatietechnieken met gevelbekleding?
Tussen de isolatie en de gevelbekleding bevindt zich een geventileerde luchtspouw. De gevelbekleding zorgt voor een uitstekende regendichting en kan met een waaier aan gevelafwerkingen gecombineerd worden: hout, gevelpannen, leien, metalen platen…
De uitvoering is afhankelijk van het soort isolatie, vormvast of soepel.
Gevelbekleding op soepele of halfharde isolatie
De isolatie wordt in een houten structuur vastgezet die mechanisch op de bestaande gevel bevestigd wordt (metalen structuren worden afgeraden). Om de koudebruggen ter hoogte van deze structuur te beperken, wordt aanbevolen deze te verdubbelen om de isolatie in twee lagen te plaatsen, de ene verticaal en de andere horizontaal.
Op de structuur wordt met behulp van latten een regen-en windscherm bevestigd. Op deze latten (verticaal geplaatst om eventueel water naar beneden af te voeren) wordt de gevelbekleding bevestigd. Bij verticale oriëntatie van de gevelbekleding en in geval van gevelpannen of leien, moeten bijkomende horizontale latten geplaatst worden.
De regen- en winddichtheidwordt verzekerd door een materiaal dat vanbuiten tegen de isolatie wordt geplaatst. Dit materiaal moet dampdoorlatend zijn (µd ≤ 0,5 m).
Het kan gaan om folies of (gebitumineerde of gelatexeerde) houtvezelplaten. De winddichtheid wordt verzekerd met behulp van kleefband ter hoogte van de naden tussen de folies.
Houtvezelplaten zijn duurder maar hebben als voordeel dat ze een minimale isolatiewaarde hebben. Zo vormen ze een ononderbroken isolatielaag rond de muren, waardoor ze de invloed van de onderbrekingen in de isolatie ter hoogte van de hulpstructuur verminderen.
De gevelbekleding wordt bevestigd op latten (verticaal geplaatst om water te laten aflopen), die op hun beurt door de isolatie heen in de muur met vijzen zijn vastgezet. Bij deze methode is de isolatielaag ononderbroken (op de puntkoudebruggen na veroorzaakt door de vijzen).
De wijze van bevestigen is identiek aan die van de isolatiemethode waarbij afwerking en isolatie één geheel vormen. Dit wordt volgens de instructies van de fabrikant uitgevoerd.
De regen- en winddichting wordt vaak verzekerd door een folie die op voorhand op de isolatie is bevestigd. Anders wordt deze verzekerd door een soepele folie of (gebitumineerde of gelatexeerde) houtvezelplaten geplaatst op de isolatie aan de buitenkant.
Wat zijn de isolatietechnieken waarbij afwerking en isolatie één geheel vormen?
De vormvaste isolatie wordt rechtstreeks tegen de buitenkant van de muur geplaatst. Ze wordt gelijmd en/of mechanisch bevestigd. De afwerking in gevelpleister of baksteenstrips wordt aangebracht/rechtstreeks verkleefd op de isolatie.
Deze methodes zijn vooral geschikt voor complexe gevels met veel details.
Om de hechting van de isolatie aan de bestaande muur te verzekeren, moet deze proper en niet-absorberend zijn. Als dat niet het geval is, dan is een voorafgaandelijke behandeling nodig.
De pluggen, bedoeld om de koudebrugwerking te minimaliseren, worden door de isolatie heen in de muur vastgezet.
De verschillende onderdelen (pleister, vormvaste isolatie, verstevigingselementen, bevestigingswijze…) maken deel uit van één geheel en moeten ook als dusdanig worden toegepast. Ze moeten van één fabrikant afkomstig zijn.
De technische goedkeuring, een garantie voor conformiteit
De leveranciers van ETICS moeten over een technische goedkeuring (ATG) beschikken voor de materialen en hun toepassing. Vraag ze aan uw aannemer.
De pleister wordt rechtstreeks op de isolatie geplaatst en bestaat uit een basispleister voorzien van een wapeningsnet en een eindlaag. Op de hoeken worden hoekbeschermers geplaatst (in PVC, in aluminium…). Een perfecte uitvoering is noodzakelijk om waterinfiltratie te vermijden.
De pleister, waterdampdoorlatend, fungeert als wind- en waterdichting.
Afhankelijk van het soort pleister en de dikte, zijn verschillende texturen en kleuren mogelijk. Donkere kleuren worden echter weinig gebruikt, omdat ze slecht bestand zijn tegen bezonning. Heel gladde afwerkingen zijn bovendien moeilijk realiseerbaar.
De pleister heeft om de 10 à 15 jaar onderhoud nodig (reiniging en/of schilderen) om esthetische redenen (vervuiling).
De baksteenstrips worden verkleefd op de isolatieplaten en vervolgens opgevoegd. Er bestaan ook geprefabriceerde systemen op buitenisolatie (meestal op polyurethaan).
Hoe interne condensatie vermijden via het beheer van waterdamp?
Een muur die naar buiten ademt
De dampdichtheid van de verschillende lagen in de muur moet afnemen van binnen naar buiten. Een kleine hoeveelheid vocht dat in een strenge winterperiode door de luchtdichte laag zou kunnen dringen, kan dan naar buiten afgevoerd worden zonder dat er inwendige condensatie ontstaat.
Als er bij renovatie al een isolatie in de spouw aanwezig is of tegen de binnenkant van de muur, en u wil een buitenisolatie toevoegen, dan moet ze meer waterdampdoorlaatbaar zijn dan de reeds aanwezige isolatie.
Als de buitenisolatie minder dampdoorlatend is, dan moet de warmteweerstand (R-waarde) ervan 1,5 keer groter zijn dan de isolatie meer naar de binnenkant.
Waarom is de binnenpleistering essentieel voordat er geïsoleerd wordt?
De binnenbepleistering verzekert de van de wand. Daarom moet ze ononderbroken geplaatst worden, met inbegrip van de dagkanten van de ramen, waarbij er zorg gedragen moet worden voor de aansluitingen.
Als u de zichtbare bakstenen binnen wil behouden, moet de luchtdichtheid (membraan of bepleistering) aan de warme buitenkant, tussen de muur en de isolatie, aangebracht worden.
Wat moet er worden gecontroleerd voordat een muur geïsoleerd wordt?
Alvorens te isoleren moet de muur gecontroleerd worden op het vlak van stabiliteit en gezondheid.
In geval van infiltraties is het van wezenlijk belang om de oorzaak van het vochtprobleem weg te nemen en de muur te laten drogen vooraleer te isoleren.
wordt over het algemeen aangepakt met behulp van een vochtwering door injectie van in de muren.
Als de muur voorzien is van een spouw, moet deze aan de boven- en onderkant dichtgemaakt worden om luchtcirculatie te voorkomen.
De buitenafwerking is bepalend voor het esthetische uitzicht van de gevel en moet meer dan één functie vervullen. Afhankelijk van de gekozen isoIatiemethode kan de buitenafwerking uit één laag of een combinatie van meerdere lagen bestaan.
Ze verzekert de regen-, wind- en stofdichtheid: ze voorkomt schade door waterinfiltratie en vermijdt de warmteverliezen door convectie, door luchtstroming in de isolatie te elimineren.
Naast regendicht moet de buitenafwerking tegelijk ook damp van binnenuit doorlaten.
µ « mu » geeft de waterdampdoorlaatbaarheid van een materiaal weer.
De hoeveelheid waterdamp die zich verspreidt doorheen een bepaald materiaal hangt niet alleen af van de µ-waarde van het materiaal, maar ook van de dikte d (uitgedrukt in meter).
De equivalentediffusiedikteμd of Sd (uitgedrukt in meter) geeft de weerstand tegen waterdampdiffusie aan van een materiaal van een bepaalde dikte.
µd = µ x d
Hoe kleiner µd of Sd hoe dampopener het materiaal is.
De µd-waarde van de buitenafwerking moet lager zijn dan 0,5 meter. Deze waarde wordt aangeduid op de technische fiche van het materiaal. Vraag ze aan uw aannemer.
Wat zijn de componenten van een geïsoleerde gevel en welke zijn de belangrijkste uitvoeringstechnieken?
De gevels die in deze pagina worden bestudeerd, bestaan uit een binnenbepleistering, een massieve muur, isolatie en een buitenafwerking.
Bij renovatie is het belangrijk om de vochtkarakteristieken en mechanische eigenschappen van de nieuwe materialen en van de bestaande materialen te kennen, om zeker te zijn dat ze compatibel zijn en om het condensatierisico in het isolatiegeheel te beperken.
Er zijn verschillende mogelijkheden, in functie van de complexiteit van de gevel, de beoogde thermische prestaties en de gewenste buitenafwerking: gevelpleister, baksteenstrips of een bekleding in hout, gevelpannen, leien, metalen…
In deze pagina behandelen we vier methodes om de gevel via de buitenzijde te isoleren.
Afwerking en vormvaste isolatie vormen één geheel
Gevelpleister op isolatie (ETICS)
1
2
3
4
Buitenafwerking
Isolatie
Bestaande muur
Binnenbepleistering
Baksteenstrips
1
2
3
4
Buitenafwerking
Isolatie
Bestaande muur
Binnenbepleistering
Gevelbekleding
Op soepele of halfharde isolatie
1
2
3
4
Buitenafwerking
Isolatie
Bestaande muur
Binnenbepleistering
Op vormvaste isolatie
1
2
3
4
Buitenafwerking
Isolatie
Bestaande muur
Binnenbepleistering
De werken moeten door een gekwalificeerd vakman worden uitgevoerd.
Welke premies voor het isoleren van het kelderplafond?
Er zijn 45 premies beschikbaar voor renovatie- en besparingswerkzaamheden. Ontdek een overzicht van alle beschikbare premies, kredieten en subsidies in onze Samenvatting van de Premies.
RENOLUTION-premies
Sinds 1 januari 2022 zijn de Energiepremies en de premies voor de renovatie van het woonmilieu en de verfraaiing van gevels samengevoegd tot één systeem: de RENOLUTION-premies.
De van kelders of garages in het gebouw kunnen gemeenschappelijke of privatieve delen zijn. De basisakte van mede-eigendom geeft informatie over hun statuut. Er zijn twee mogelijke scenario’s:
Ofwel behoren de kelders of garages tot de gemeenschappelijke delen van het gebouw. Daarom moet elk isolatieproject worden besproken op een algemene vergadering (AV).
Te ondernemen stappen bij de mede-eigendom
Ten eerste moet u uw aanvraag voor de isolatie van gemeenschappelijke kelderplafonds minstens 3 weken voor de datum van de AV op de agenda zetten.
Leg vervolgens tijdens de AV uw redenen (hoog energieverbruik, thermisch ongemak, slecht EPB-certificaat) uit aan de mede-eigenaars, informeer hen over de beschikbare financiële steun (premies) en stel een lijst op van te overwegen werken.
Deze stap kan leiden tot een besluit om offertes op te stellen die tijdens de volgende AV worden voorgesteld.
Ofwel behoren de plafonds van de kelders of garages toe aan particuliere eigenaars. Elke betrokken mede-eigenaar moet worden gevraagd om in te stemmen met de isolatie van het plafond van zijn kelder of garage.
Is het belangrijk om alle drie de zijden van de balkfundamenten te isoleren om koudebruggen te elimineren.
Is het ook voor gebouwen met niet-gemene perifere muren die blootstaan aan de kou, aan te raden om de plafondisolatie te vervolledigen met een uitsprong van isolatie van 40 tot 80 cm (zie schema).
Principe van isolatie van onderaf
1
2
3
4
5
6
7
Aan koude blootgestelde muur
Vloerbedekking
Isolatie
Betonplaat
Balk
Behandeling van de koudebrug door het doortrekken van de isolatie
Kelder
De plafonds van kleine flatgebouwen zijn vaak gemaakt van een houten structuur (zie het hoofdstuk over lichte vloeren). Het isoleren van kelderplafonds kan een gelegenheid zijn om hun , die vaak onvoldoende is, te verbeteren.
Voorbeeld van de isolatie van balkfundamentenDe isolatie volgt de vorm van de afvoerbuizen (afvalwater) die door de plaat lopen. De kabeldoorgangen zijn luchtdicht (soepele afdichtingen)
Hoe een lichte houten vloer isoleren boven een kelder?
Samenstelling van een lichte houten vloer
Een lichte vloer in contact met een onverwarmde kelder of garage bestaat meestal uit de volgende lagen:
een houten vloer van planken,
of houten balken die de vloer ondersteunen,
een eventueel plafond of verlaagd plafond* (gipsplaten of houten platen).
Er zijn verschillende manieren om een houten vloer te isoleren; dit hangt af van de beschikbare hoogte, of het bestaande plafond al dan niet in goede staat is en of er leidingen en elektrische kabels aanwezig zijn. Deze punten moeten zorgvuldig worden voorbereid met uw aannemer tijdens het bezoek dat voorafgaat aan het opmaken van de offerte.
De hierna beschreven oplossingen kunnen van onderaf worden geïnstalleerd zonder de bestaande vloer te verwijderen.
Isolatie tussen vloerbalken
Deze oplossing verdient de voorkeur als de structuur kaal is of als het plafond in slechte staat is en verwijderd moet worden.
Er moeten soepele isolatiematerialen (hennep, minerale wol, …) worden gebruikt, die perfect aansluitend tussen de houten structuur moeten worden gelegd (zonder luchtlekken). Een tweede, gekruiste laag, van hetzelfde type als de eerste of meer waterdampopen, garandeert een betere isolatie.
1
2
3
4
5
6
Behouden bestaande vloer
1e isolatielaag
Houten draagstructuur
Eventuele 2e isolatielaag
Secundaire structuur
Afwerking open voor waterdampdiffusie
Duurzame constructie
Geef de voorkeur aan biobased isolatiematerialen (houtvezel, hennepvezel, kurk, grasvezel) of isolatie afkomstig van recycleercentra.
Isolatie inblazen (bestaand of nieuw plafond)
Het voordeel van deze oplossing is dat u het bestaande kunt behouden als het in goede staat is.
Bij inblaasisolatie wordt losse isolatie (bijvoorbeeld cellulosewatten, steenwol of kurk) in de holle ruimtes tussen het plafond en de begane grond gespoten. Hiervoor worden gaten in het plafond gemaakt, tussen twee , met een speciale machine die een blazer of kaardmachine wordt genoemd.
De vloer van de begane grond wordt goed afgedicht of opnieuw gevoegd om stof te beperken. De aannemer zal alle obstakels identificeren: leidingen, fittingen, .
De gaten die in het plafond zijn gemaakt om de blaasmond door te laten, worden dan opgevuld (pleisterwerk, hout, enz.).
Isolatie boven een verlaagd plafond
Als de hoogte het toelaat, kan het voordelig zijn om een geïsoleerd te installeren. Het verbergt elektrische circuits en verschillende leidingen en zorgt voor een esthetische afwerking.
Deze oplossing is ook geschikt als er een bestaand is dat u niet wilt slopen.
Het verlaagde plafond wordt meestal bevestigd met een metalen raamwerk dat aan de hangt en ondersteund wordt door hoekbeugels aan de rand.
Flexibele isolatiedekens zijn het meest geschikt om holle ruimtes te vermijden en de continuïteit van de isolatie te verzekeren.
1
2
3
4
5
6
7
8
Vloer
Leidingen en kabels
Vloerbalken
Soepele isolatie
Ophangbeugel + Rail
Verlaagd plafond
Begane grond
Kelder
Bestaand verlaagd plafond tijdens de werkzaamheden.
Is een nodig?
Het dampscherm is een folie die is ontworpen om de verspreiding van waterdamp van de begane grond naar de kelder te voorkomen.
Deze waterdamp kan bij contact met een koude muur condenseren, waardoor de isolatie beschadigd raakt en de eigenschappen ervan afnemen.
Er bestaat geen consensus over de noodzaak van een dampscherm bij het isoleren van met een houtstructuur, hoewel het vaak wordt aanbevolen om veiligheidsredenen.
In de praktijk is het bij isolatie van onderaf erg ingewikkeld om te installeren vanwege de aanwezigheid van en eventuele hangende leidingen en kabels.
Een correcte installatie van het dampscherm is daarom zelden gegarandeerd, wat het minder nuttig maakt.
Aandachtspunt
Als u een installeert, plaats het dan altijd bovenop de isolatie en nooit aan de koude kant, omdat dit het vocht in de isolatie vasthoudt.
Als er geen dampscherm wordt gebruikt, is het raadzaam om dampopen isolatie te kiezen om ervoor te zorgen dat het geheel kan opdrogen.
De (optioneel) is open voor waterdamp (bijvoorbeeld houtvezelplaten, gipsplaten). As u een verflaag aanbrengt, kies dan voor ademende verf die waterdamp doorlaat.
Anderzijds kan bij een ingrijpende renovatie, waarbij de vloer op de begane grond wordt verwijderd, het dampscherm doorlopend worden gelegd, zonder risico op perforatie:
1
2
3
4
5
6
Plaatsing van een dampscherm onder de vloerbedekking van de begane grond.
Een zware vloer die in contact staat met een kruipruimte, een onverwarmde kelder of een garage zal over het algemeen uit de volgende lagen bestaan:
een vloerbedekking,
een dekvloer,
een dragende vloer om de structurele stabiliteit van het geheel te garanderen, zoals een betonplaat (gegoten plaat, holle vloerplaten…) of bakstenen gewelven (troggewelven).
Isolatie onder een bestaande betonplaat
De eenvoudigste manier is om onder de betonplaat te isoleren door harde panelen te lijmen en/of mechanisch te bevestigen: kurk, steenwol, houtvezel, polyurethaan (PUR), polyisocyanuraat (PIR), geëxtrudeerd polystyreen (XPS), geëxpandeerd polystyreen (EPS),…
Als de plaat wordt ondersteund door betonnen balken, moeten alle zijden geïsoleerd worden.
Polyurethaanschuim kan op minder toegankelijke plaatsen worden gespoten.
Aandachtspunt
Isolatie uit harde platen vereist een perfect gladde ondergrond om de continuïteit en hechting van de isolatie te verzekeren. Soms is het nodig om de ondergrond te egaliseren alvorens te isoleren.
1
2
3
4
5
Dekvloer en vloerafwerking
Bestaande zware vloer
Elektrische kabels, buizen
Harde isolatie
Eventuele afwerking
Dampscherm
Zware vloeren (beton en baksteen) zijn voldoende dampdicht: ze fungeren als , dus het is niet nodig om er een te voorzien.
Afwerking van het plafond
Als u een afwerking onder de isolatie wilt, kunt u kiezen voor meerlaagse panelen die de isolatie combineren met een gipsplaat of houtvezelplaat. Hierdoor is er geen extra frame nodig om de afwerkingspanelen op te hangen.
Als een goede brandreactie vereist is, met name voor garages, collectieve gebouwen en stookruimten, dan moeten geschikte panelen worden gebruikt, bijvoorbeeld van steenwol gecoat met houtvezel.
Goede praktijken
Het is raadzaam om aan het einde van de installatie een visuele inspectie uit te voeren en eventuele tussenruimten op te vullen. Onzorgvuldige installatie kan koudebruggen veroorzaken en de efficiëntie van het geheel verminderen.
Specifiek geval van troggewelven
Het is niet ongewoon om bakstenen plafonds te vinden in traditionele Brusselse huizen in de vorm van kleine gewelven, ook wel “troggewelven” genoemd, die rusten op stalen balken.
Het isoleren van deze is niet eenvoudig. De voorkeursoplossing is om over de bovenkant heen te isoleren: deze techniek heeft het voordeel dat het architecturale karakter van de troggewelven behouden blijft. Deze oplossing is echter niet altijd toepasbaar, omdat dit een aanzienlijke verhoging van de begane grond impliceert.
Om van onderaf te isoleren, is een nieuw frame nodig om de isolatie te ondersteunen, en een verlaagd plafond.
Welk type isolatie en welke dikte moet ik kiezen om het plafond van een kelder te isoleren?
Keuze van isolatiemateriaal
Er zijn een aantal criteria die u kunnen helpen bij de keuze van isolatie: de isolerende eigenschappen (lambdawaarde), de samenstelling (petrochemisch, mineraal, plantaardig,…), de afwerking, de kostprijs en de dikte (gekoppeld aan de beschikbare hoogte onder het plafond).
Eerst en vooral moet u de juiste isolatie kiezen voor het type vloer en de techniek die u hebt gekozen.
Wanneer de isolatie in een houten constructie wordt geplaatst, verdienen soepele, halfharde of losse materialen de voorkeur omdat ze de onregelmatigheden van de constructie volgen (zonder luchtzak) en daardoor betere thermische prestaties leveren.
Aan de andere kant, als de isolatie tegen een betonnen wordt gelegd, kan de keuze vallen op harde isolatie, die gemakkelijker te installeren is.
Duurzame constructie
Als u een ecologische bouwaanpak wilt, kunt u het beste kiezen voor biobased isolatiematerialen, gemaakt van plantaardig materiaal (hout-, gras- of hennepvezel, kurk) of isolatie afkomstig van recycleercentra (cellulosewatten van papier en karton, gerecycleerde textielpanelen, enz.).
Het Europese FAI-Re project heeft fiches ontwikkeld waarin de milieu- impact en eigenschappen van materialen worden vergeleken: fai-re.eu
Hoe dik moet de isolatie zijn?
Controleer de warmtegeleidingscoëfficiënt λ (lambda) en de warmteweerstand R, die worden gebruikt om de thermische prestaties van een isolatiemateriaal en de toegang tot bestaande premies te beoordelen.
λ (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R (uitgedrukt in m2K/W) vertegenwoordigt de weerstand van een materiaallaag tegen de doorgang van warmte. Hoe hoger de R-waarde, hoe beter de isolerende laag.
U = 1/R (uitgedrukt in W/m2K) U is de warmtedoorgangscoëfficiënt van een muur. Hoe lager de U-waarde, hoe efficiënter de muur. U is het omgekeerde van de warmteweerstand R van de muur.
Dikte voor een R-waarde ≥ 3.5 m2K/W (RENOLUTION- premie)
Soort isolatie
Los
Soepel
Hard
λ-coëfficiënt (W/mK)
Dikte
Cellulose
((v))
((v))
((x))
0,037 tot 0,041
15 tot 17 cm
Kurk
((v))
((x))
((v))
0,032 tot 0,045
13 tot 18 cm
Houtvezel
((v))
((v))
((v))
0,036 tot 0,043
15 tot 18 cm
Glas- of steenwol
((v))
((v))
((v))
0,030 tot 0,045
11 tot 16 cm
Geëxpandeerd polystyreen (EPS)
((v))
((x))
((v))
0,030 tot 0,038
11 tot 16 cm
Geëxtrudeerd polystyreen (XPS)
((x))
((x))
((v))
0,028 tot 0,038
10 tot 14 cm
Polyurethaan (PUR) Polyisocyanuraat (PIR)
((x))
((x))
((v))
0,023 tot 0,029
9 tot 11 cm
Resolschuim
((x))
((x))
((v))
0,022 tot 0,038
9 tot 16 cm
Afwerking en luchtdichtheid
De afwerking van het (bijvoorbeeld met gipsplaat) is niet verplicht, maar heeft als voordeel dat het een betere garandeert en de isolatie beschermt.
Brandreactie
In bepaalde ruimten, zoals garages of stookruimten, is het risico op brand groter. Daarom is het noodzakelijk om materialen te gebruiken met een goede (hetzij de isolatie, hetzij een afwerking).
Kies bij voorkeur een onbrandbaar of nagenoeg onbrandbaar product, in overeenstemming met de Europese classificatienorm EN 13501-1.
Materialen met een brandreactie Euroklasse A1 of A2-s1-d0 voldoen aan deze criteria.
De technische fiche van het product geeft informatie over de klasse en het vermogen om vlammen te weerstaan en erop te reageren. De isolatie zelf kan de vereiste eigenschappen hebben of kan worden afgewerkt om goede brandvertragende eigenschappen te verkrijgen.
Er bestaan ook panelen die geschikt zijn voor dit doel, bestaande uit isolatie met een afwerking (bijvoorbeeld steenwol met een laag behandelde houtvezel).
Welke maatregelen moeten worden genomen voordat het kelderplafond wordt geïsoleerd?
Toen de traditionele Brusselse huizen werden gebouwd, waren de vloeren boven kelders en garages niet geïsoleerd. Natuurlijke ventilatie via kelderramen, roosters, enz. zorgden ervoor dat de vochtige lucht werd afgevoerd en de muren droogden. In de loop der tijd zijn deze ventilatiesystemen vaak afgesloten of verdwenen, wat soms vochtproblemen veroorzaakt.
Voordat de van kelders en garages worden geïsoleerd, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen worden genomen, te beginnen met het verhelpen van vochtproblemen en het herstellen van een efficiënte ventilatie.
Verwijder alle vocht
Als er rond de vloer vochtproblemen zijn afkomstig van de steunmuren, moeten deze problemen allereerst worden verholpen:
Vocht in muren in contact met de grond: maak de muren bij voorkeur van buitenaf waterdicht en draineer de muurvoeten. Als dit ingewikkeld blijkt, creëer dan een barrière aan de binnenkant, bijvoorbeeld met een waterafstotende cementering en injecties.
Opstijgend vocht in muren: injecteer een waterafstotend product en creëer zo een horizontale waterdichte barrière die voorkomt dat vocht opstijgt in de keldermuren.
Laat de muren vervolgens goed drogen. Op de begane grond moet ook voor ventilatie worden gezorgd.
Meer informatie over voch
Raadpleeg voor meer informatie onze brochure “Vocht in de woning – Diagnose en oplossingen”, beschikbaar op de website van Homegrade
Om kelders gezond te houden moeten ze geventileerd worden, met andere woorden, er moet voor een goede luchtverversing gezorgd worden.
Dit is belangrijk omdat het isoleren van het plafond de temperatuur in de kelder zal verlagen, waardoor het risico op toeneemt als de lucht vol zit met vocht.
De eenvoudigste oplossing is om de oorspronkelijke natuurlijke ventilatie te herstellen: open de afgesloten kelderramen weer en maak ze vrij om voor dwarsventilatie te zorgen.
Als dwarsventilatie onmogelijk of onvoldoende is, is het installeren van mechanische ventilatie een oplossing.
1
2
3
4
5
De lucht stroomt door de kelders, vanuit een kelderraam aan de straatkant naar een rooster in een bestaand raam aan de tuinkant.
Straat
Kelder 1
Kelder 2
Tuin
Begane grond
Kelderraam en opening voor een goede ventilatie.
Als de kelder geen of maar één luchtverversing heeft, kunt u de blinde muur doorboren en aan de buitenkant een leiding installeren, die zich minstens 15 cm boven de grond moet bevinden. Indien nodig kan een mechanische afzuiging worden gebruikt voor een goede luchtcirculatie.
1
2
3
4
5
6
Straat
Kelder 1
Kelder 2
Kelder 3
Tuin
Begane grond
Controleer de staat van de vloer
Het is belangrijk om de staat van de vloerstructuur te controleren, temeer omdat deze daarna niet meer toegankelijk zal zijn.
Betonnen vloeren vertonen over het algemeen weinig schade, tenzij ze grote waterschade hebben opgelopen. Controleer de metalen balken onder de betonplaten of bakstenen troggewelven op corrosie. Breng indien nodig een antiroestbehandeling aan. Hebt u twijfels hebt over de staat van de constructie (beschadigde balken, staat van de bakstenen), schakel dan een stabiliteitsingenieur in.
Onder houten vloeren is het aan te raden om de toestand van de te controleren en indien nodig te behandelen met een schimmelwerend insecticide.
Controleer of de vloer op de begane grond goed is afgedicht (voegen tussen vloerdelen). Reinigen met veel water kan immers de isolatie beschadigen die eronder wordt geplaatst.
Voor meer informatie
Vergeet niet om de verwarmingsbuizen te isoleren.
Voorkom koude tocht uit de kelder door het trappenhuis dat ernaartoe leidt beter af te sluiten. Idealiter isoleert u de tussenwanden en de kelderdeur zodat de isolatie doorlopend is.
Elektrische kabels, buizen, toestellen
Sommige elementen, zoals verlichtingstoestellen, transformatoren, kabels of leidingen, zullen verplaatst moeten worden: bespreek dit met uw aannemer tijdens het bezoek dat voorafgaat aan het opmaken van de offerte.
Vergeet niet om foto’s te maken van de elementen die bedekt zullen zijn door de isolatie, en maak indien nodig zelf schetsen van de kelder.
Voordat u met de renovatiewerken begint, kunt u het behoud van klein bouwkundig erfgoed bevorderen en aan de circulaire economie denken door na te gaan welke elementen in goede staat verkeren en welke elementen erfgoedwaarde hebben.
Waar moet op gelet worden bij het isoleren van de gevel via de buitenzijde?
De continuïteit tussen de isolatie van de muur en die van het dak, de vloer en de andere elementen die het afbakenen, is essentieel om koudebruggen te vermijden. Voldoende aandacht moet gaan naar de uitvoering van deze details.
De aansluitingen die hieronder worden voorgesteld, zijn van toepassing op alle isolatiemethodes.
Aansluiting tussen muur en plat dak
De continuïteit van de isolatie wordt verzekerd door de te bekleden met thermische isolatie of door gebruik te maken van een isolerend bouwblok, zoals cellenbeton.
De aansluitingen moeten zo ontworpen zijn dat waterinfiltratie wordt voorkomen.
Continuïteit van de isolatie verzekerd door een thermische isolatie die de opgaande dakrand bekleedt.
Aansluiting tussen de muur en het hellend dak
Bij de isolatie van het dak kan op de latere isolatie van de muren van buitenaf worden geanticipeerd door dak- en kroonlijstoversteken aan te brengen.
De gevelisolatie wordt vanaf 30 cm boven de begane grond geplaatst.
Ter hoogte van de muurvoet wordt een vochtbestendig isolatiemateriaal geplaatst (cellenglas, geëxtrudeerd polystyreen…). Deze isolatie wordt doorgetrokken tot op voldoende diepte om de koudebrug te beperken (1m is een veiligheidsdiepte).
Boven de begane grond wordt de isolatie beschermd door een schokbestendig materiaal (geschikte mortel, blauwe hardsteen…).
Hiervoor moeten de funderingen vrijgemaakt worden en de muur waterdicht gemaakt met een bitumineuze coating of een dichtingsmembraan (bijvoorbeeld EPDM…).
Wanneer de vloerplaat geïsoleerd wordt, sluiten de muur- en vloerisolatie niet op elkaar aan. Daarom moet de weglengte tussen de binnen- en buitenomgeving (op onderstaande tekeningen weergegeven met de groene lijn) minstens 1 meter bedragen om een koudebrug te vermijden.
Aansluitingen in geval van de isolatie van een zijgevel
Het is aan te raden om een zijgevel gelegen boven een aanpalend dak via de buitenzijde te isoleren. Indien de ruimte onder het dak van de buren niet geïsoleerd is, dan zal de muur aanvullend ook aan de binnenzijde geïsoleerd moeten worden, tot op het niveau van de zoldervloer van de buren. Wanneer de te renoveren woning verder komt dan het aanpalend gebouw, is de toestemming van de buur nodig om de uitspringende muur te isoleren.
Deze laatste kan vragen dat de isolatie op een bepaalde hoogte (bijvoorbeeld vanaf 2 meter) boven de begane grond wordt geplaatst om het binnendringen van zijn eigendom te beperken.
In dat geval wordt de isolatie via de buitenkant idealiter aangevuld met een binnenisolatie, met een voldoende overlapping van meestal 1 m, tussen de binnen- en buitenisolatie.
De isolatie, zelfs gedeeltelijk, van de gevel verbetert de thermische prestaties van de woning. Als er echter condensatieproblemen zijn op de muur voordat deze geïsoleerd wordt, zal het condensatieverschijnsel blijven bestaan op de niet-geïsoleerde plaatsen. Het verschijnsel zal hierdoor niet toenemen.
Omdat ze rookgassen op hoge temperatuur naar buiten afvoeren, moet er aandacht besteed worden aan de doorvoer van rookgasafvoeren door de gevel, om het risico op brand te vermijden. Een onbrandbaar isolatiemateriaal, bijvoorbeeld minerale wol, wordt rond de buis geplaatst (Europese brandreactieklasse A1 of A2-s1d0).
Meestal echter is de bestaande buis niet lang genoeg voor de geïsoleerde muur, en wordt ze vervangen.
1
2
Onbrandbare isolatie
Verwarmings ketel
Aansluiting met de vensterramen en deurlijsten
Om koudebruggen tussen het schrijnwerk en de muurisolatie te vermijden moet de isolatie ononderbroken van de muur tot aan het raam zijn. De bestaande dorpel, meestal in blauwe hardsteen, wordt verwijderd of in het vlak van de gevel gezaagd en er wordt een nieuwe dorpel geplaatst op een drukvaste isolatie (bijvoorbeeld cellenglas). Deze nieuwe diepere dorpel (de muur is dikker geworden) is vaak in aluminium, wat de uitvoering vereenvoudigt.
De isolatie ter hoogte van de dagkanten is meestal minder dik dan op de muur, zeker als de ramen niet vervangen zijn. Er wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke dikte, afhankelijk van de configuratie.
Het is beter om de ramen te vervangen gelijktijdig met het isoleren van de gevel. Op die manier kan de aansluiting gemakkelijk uitgevoerd worden, zowel op vlak van isolatie als op vlak van luchtdichtheid. Het raam kan dan ook tegen de metselwerkmuur aan de buitenkant worden geplaatst (excentrische plaatsing), waardoor het zich in het verlengde van de isolatie bevindt.
Hoe kiest u een thermische isolatie voor de gevel?
De isolatie wordt ononderbroken geplaatst, aan de buitenkant van de bestaande muur en zonder luchtlaag ertussen.
Er is een ruim aanbod aan isolatiematerialen op de markt, isolatiematerialen met minerale grondstoffen (glaswol of rotswol), plantaardige grondstoffen (hout, vlas, hennep, cellulose, katoen…), dierlijke grondstoffen (schapenwol…) of synthetische grondstoffen (polyurethaan, geëxpandeerd polystyreen…).
Vergelijk hun prestaties en prijs, maar ga ook na voor welke toepassingen ze geschikt zijn en wat hun milieu-impact en hun akoestische eigenschappen zijn.
De warmtegeleidingscoëfficiënt λ (lambda) en de warmteweerstand R laten toe om de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen.
λ “lambda” (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R(uitgedrukt in m²K/W) geeft de warmteweerstand weer van een materiaallaag met een bepaalde dikte. Hoe groter R, hoe beter de materiaallaag isoleert.
Nodige diktes om een minimale energetische prestatie te bereiken: R ≥ 3,5 m²K/W
Soort isolatiemateriaal
λ (W/mK)
e min (cm)
μ sec
Geëxpandeerd polystyreen of piepschuim (EPS)
0,031 tot 0,045
11 tot 16
60
Geëxtrudeerd polystyreen (XPS)
0,028 tot 0,038
10 tot 14
300
Polyurethaan (PUR / PIR)
0,023 tot 0,029
9 tot 11
30
Minerale wol
0,031 tot 0,044
11 tot 16
1,2 tot 1,5
Kurk
0,032 tot 0,045
12 tot 16
30
Cellulosewatten (in bulk of halfhard)
0,037 tot 0,045
13 tot 16
1 tot 2
Houtvezels (vormvast)
0,037 tot 0,045
13 tot 16
4
Schapenwol
0,035 tot 0,045
13 tot 16
2
Vergelijk de technische fiches om in de materiaalcategorie die u hebt gekozen, die met de kleinste λ te selecteren.
Voor de isolatie van muren via de buitenzijde zal het soort isolatiemateriaal afhangen van de gekozen isolatiemethode, die grotendeels voortvloeit uit de keuze van de buitenafwerking.
In geval van een gevelbekleding op soepele of halfharde isolatie wordt gebruik gemaakt van platen uit houtwol, hennep, vlas, cellulose, gerecycleerd textiel, schapenwol, minerale wol…
Bij de andere isolatiemethodes wordt gebruik gemaakt van een vormvaste isolatie zoals platen uit polyurethaan, geëxpandeerd polystyreen, houtvezels met hoge densiteit, kurk…
Er zijn hoofdzakelijk vier technieken om een gevel via de buitenzijde te isoleren.
Twee afwerkingstechnieken die op isolatie worden toegepast
Gevelpleister op isolatie (ETICS)
Baksteenstrips op isolatie
De vormvaste isolatie wordt rechtstreeks tegen de buitenkant van de muur geplaatst. Ze wordt gelijmd en/of mechanisch bevestigd. De afwerking in gevelpleister of baksteenstrips wordt aangebracht/rechtstreeks verkleefd op de isolatie. Deze methodes zijn vooral geschikt voor complexe gevels met veel details.
Twee gevelbekledingstechnieken op isolatie
op soepele of halfharde isolatie
op vormvaste isolatie
Tussen de isolatie en de gevelbekleding bevindt zich een geventileerde luchtspouw. De gevelbekleding zorgt voor een uitstekende en kan met een waaier aan gevelafwerkingen gecombineerd worden: hout, gevelpannen, leien, metalen platen… De uitvoering is afhankelijk van het soort isolatie, vormvast of soepel.
Bepleistering op isolatie (ETICS methode)
De verschillende onderdelen (pleister, vormvaste isolatie, verstevigingselementen, bevestigingswijze…) maken deel uit van één geheel en moeten ook als dusdanig worden toegepast. Ze moeten van één fabrikant afkomstig zijn.
De meest gebruikte isolatie is geëxpandeerd polystyreen met grafiet (EPS), omwille van haar goede verhouding prijs/performanties. Houtvezels met grote dichtheid zijn een vaak gebruikt natuurlijk alternatief. Ze vereisen een dikker isolatiepakket dan polystyreen.
1
2
3
4
5
Binnenbepleistering
Muur
Plug
Vormvaste thermische isolatie
Buitenbepeistering
Afwerking met baksteenstrips
De baksteenstrips worden verkleefd op de isolatieplaten en vervolgens opgevoegd. Er bestaan ook geprefabriceerde systemen op buitenisolatie (meestal op polyurethaan).
De isolatie wordt in een houten structuur vastgezet die mechanisch op de bestaande gevel bevestigd wordt (metalen structuren worden afgeraden).
De meest gebruikte isolatie is minerale wol omwille van zijn lage kostprijs. Houtwol en hennep zijn plantaardige alternatieven die soms tegen dezelfde prijs verkrijgbaar zijn.
1
2
3
4
5
6
Binnenbepleistering
Muur
Structuur en soepele thermische isolatiein twee lagen
Regen- en winddichting
Luchtlaag / Belatting
Gevelbekleding
Gevelbekleding op vormvaste isolatie
De gevelbekleding wordt bevestigd op latten, die op hun beurt door de isolatie heen in de muur met vijzen zijn vastgezet.
De meest gebruikte isolatie is polyurethaan omwille van de goede verhouding kostprijs/prestaties. Houtwol met hoge dichtheid is een vaak toegepast plantaardig alternatief
Welke premies om mijn gevels via de buitenzijde te isoleren?
Er zijn 45 premies beschikbaar voor renovatie- en besparingswerkzaamheden. Ontdek een overzicht van alle beschikbare premies, kredieten en subsidies in onze Samenvatting van de Premies.
RENOLUTION-premies
Sinds 1 januari 2022 zijn de Energiepremies en de premies voor de renovatie van het woonmilieu en de verfraaiing van gevels samengevoegd tot één systeem: de RENOLUTION-premies.
Isolatie van de zoldervloer: wat zijn de aandachtspunten?
Toestand van het dak en van de vloer
Voordat u met de isolatiewerken begint:
de regendichting van het hellend dak controleren. De oorzaken van de infiltratie moeten worden weggewerkt;
de bestaande vloerconstructie inspecteren op stabiliteit en gezondheid (barsten, insecten, zwammen en vocht).
Aanbrengen
Het moet doorlopend worden geplaatst, zonder openingen of luchtzakken.
De isolatie moet doorlopend en zonder worden aangebracht, waarbij de voegen tussen de verschillende isolatielagen verspringen.
De vloerafwerking (in de vorm van panelen of een soepele folie) moet dampdoorlatend zijn om het risico van condensatie in de isolatie te beperken.
Rookkanaal
Rookkanalen vereisen speciale aandacht om het brandgevaar te beperken, aangezien zij verbrandingsgassen met een hoge temperatuur naar buiten voeren. Een mogelijke oplossing is om onbrandbare isolatie (Euroklasse brandreactie A1 of A2-s1d0), zoals minerale wol, rondom het rookkanaal te plaatsen.
Geluidsiolatie
Thermische isolatiematerialen zijn niet noodzakelijk geluiddsabsorberende materialen. Om te zorgen voor geluidsisolatie tegen luchtgeluid is het namelijk noodzakelijk dat:
de isolatie soepel, halfhard of los is, met een open celstructuur, wollig of schuimig (bijvoorbeeld: plantaardige, dierlijke en minerale wol). Harde materialen met gesloten cellen (bijv. polystyreen, polyurethaan…) verbeteren de akoestische prestaties van een muur niet en kunnen deze zelfs tenietdoen;
de vloer- of plafondafwerking zwaar is en ontkoppeld van de hoofdstructuur.
Doe een beroep op professionelen
Alleen de werken die door een aannemer worden uitgevoerd, worden gesubsidieerd.
Controleer of het bedrijf waar u een beroep op doet ingeschreven is bij de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen), onderworpen is aan de Belgische btw en toegang heeft tot het beroep voor werken waarvoor dit vereist is.
Er zijn veel soorten isolatie op de markt. Maar er zijn een aantal factoren die u kunnen helpen bij uw keuze (thermische prestaties, kostprijs, milieu-impact, toepassingsgebied)
Allereerst is het belangrijk een isolatiemateriaal te kiezen dat geschikt is voor de aanbevolen techniek. Wanneer de isolatie in een houtstructuur wordt aangebracht, verdienen soepele, halfharde of losse materialen de voorkeur omdat deze goed aansluiten op de onregelmatigheden van de constructie (zonder luchtzakken) en daardoor betere thermische prestaties leveren.
Wordt de isolatie daarentegen op de structuur (hout of beton) gelegd, dan kan de keuze vallen op een harde isolatie (die bestand is tegen samendrukking als er geen tussenstructuur is).
Neem de tijd om de prestaties en prijzen te vergelijken, evenals de toepassingsgebieden, milieukenmerken en akoestische eigenschappen
De warmtegeleidingscoëfficiënten λ (lambda) en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
λ (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert,
R (uitgedrukt in m²K/W) geeft de weerstand van een materiaallaag tegen het doorlaten van warmte weer. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert.
Diktes die nodig zijn om minimale thermische prestaties te bereiken : R ≥ 4 m²K/W
Soort isolatie
Los
Soepel
Hard
λ (W/mK)
Min. dikte (cm)
μ sec
Cellulosewol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1 tot 2
Glaswol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1,2 tot 1,5
Graswol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1
Hennepwol
((v))
((v))
((x))
0,039 tot 0,044
13 tot 18
1,2
Houtvezelwol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
4
Kurk
((v))
((x))
((v))
0,032 tot 0,045
13 tot 18
30
Polyurethaan (PUR/PIR)
((x))
((x))
((v))
0,023 tot 0,029
10 tot 12
30
Steenwol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1,2 tot 1,5
Een bestaande isolatie versterken
Als u de bestaande isolatie wilt versterken, kunt u een beperkte laag isolatie onder het dampscherm aanbrengen: de thermische weerstand R van de isolatie boven het moet minstens 1,5 keer hoger zijn dan die van de isolatie eronder. Deze methode wordt afgeraden voor vochtige ruimtes.
Er zijn 3 manieren om een zoldervloer te isoleren.
Op een houten of betonnen vloer (zonder deze te demonteren).
In de dikte van een houten structuur langs onder.
In de dikte van een houten structuur langs boven.
De keuze van de isolatietechniek voor de zoldervloer hangt af van de bestaande situatie.
Isoleren op de houten of betonnen vloer
Deze eenvoudig toe te passen techniek bestaat uit het plaatsen van soepele of harde isolatie op een bestaande vloer (houten of betonnen vloer) zonder in te grijpen in de afwerking van de benedenverdieping.
Houten vloer
1
2
3
4
5
6
7
8
Soepel membraan
Vloerplaat
Soepele thermische isolatie en tussenstructuur:2e isolatielaag
Soepele thermische isolatie en tussenstructuur:1e isolatielaag
Dampscherm
Bestaande houten structuur en vloer
Leiding en kabel
Bestaand plafond
Betonnen vloer
1
2
3
4
5
6
7
8
Soepel membraan
Vloerplaat
Harde thermische isolatie:2e isolatielaag
Harde thermische isolatie:1e isolatielaag
Dampscherm
Leiding en kabel
Betonvloer
Pleister
Isoleren in de dikte van de houten structuur langs onder
Bij deze techniek wordt de isolatie in de houten vloerconstructie geplaatst die van onder wordt bereikt vanaf de benedenverdieping. Hierdoor blijft de afwerking van de zoldervloer behouden, evenals het oorspronkelijke opslagvolume.
Het is echter niet mogelijk om de plafondafwerking te behouden, wat een nadeel kan zijn als er lijstwerk of rozetten op het plafond zijn aangebracht.
1
2
3
4
5
6
7
Bestaande vloer
Soepele 2e isolatielaag in bestaande houten structuur
Soepele 1e isolatielaag en onderstructuur
Dampscherm
Latwerk
Leiding en kabel
Plafondpanelen
Isoleren in de dikte van de houten structuur langs boven
Bij deze techniek wordt de isolatie in de houten vloerconstructie geplaatst die van boven bereikt wordt vanaf de zolder. Hierdoor kan de plafondafwerking van de benedenverdieping worden behouden zonder dat het oorspronkelijke opslagvolume te veel wordt verminderd.
Gezien de moeilijke plaatsing van het dampscherm mag deze techniek alleen worden gebruikt als er geen andere oplossing mogelijk is.
Welke premies voor het isoleren van de zoldervloer?
Er zijn 45 premies beschikbaar voor renovatie- en besparingswerkzaamheden. Ontdek een overzicht van alle beschikbare premies, kredieten en subsidies in onze Samenvatting van de Premies.
RENOLUTION-premies
Sinds 1 januari 2022 zijn de Energiepremies en de premies voor de renovatie van het woonmilieu en de verfraaiing van gevels samengevoegd tot één systeem: de RENOLUTION-premies.
Isolatie van een plat dak: wat zijn de aandachtspunten?
Helling en waterafvoer
Om te zorgen voor waterafvoer moet de dakhelling minstens 2% bedragen (2cm per lopende meter). Als correctie van de helling nodig is, gebruik dan droge technieken zonder toevoeging van vocht in het dakcomplex. Controleer of het water na plaatsing van de isolatie (ook rond schoorstenen en koepels) nog correct kan worden afgevoerd naar het lage punt van het dak, zelfs nadat de constructie door overgewicht is vervormd. Het is raadzaam om waterspuwers als noodvoorziening te gebruiken voor het geval de afvoer wordt belemmerd.
Staat van de waterdichting
Als de bestaande waterdichting in slechte staat verkeert, moet deze volledig verwijderd worden.
De afdichting en de opstelling ervan moeten zodanig zijn ontworpen dat eventuele lekken gemakkelijk kunnen opgespoord worden. Een lek is minder makkelijk te detecteren als de afdichting niet vastgehecht is aan de dakvloer.
Staat van de constructie
De dakconstructie moet droog en in goede staat zijn. Bij de herstelling van het dak moet de houten structuur gecontroleerd en preventief behandeld worden tegen aantasting door zwammen (meer bepaald de huiszwam), schimmels of insectenlarven.
Opstanden en aansluitingen van de waterdichting
De waterdichte opstanden aan de rand moeten minstens 15 cm boven het afgewerkte dakniveau uitsteken (afdichting of ballast, inclusief de grond vanafgewerkte dakniveau uitsteken (afdichting of ballast, inclusief de grond van een extensief groendak). In het geval van een warm dak dat als terras op tegeldragers is aangelegd, worden de 15 cm gerekend vanaf de waterdichting en niet vanaf de bekleding. De opstanden moeten worden beschermd door een slab of een muurafdekking met druiprand.
De details en aansluitingen van het dak moeten correct uitgevoerd worden aan ventilatiekanalen,schoorstenen, koepels… Dit zijn de plaatsen waar de meeste lekken ontstaan.
Opstand langs de dakrand op een groendak
Onderhoud van het dak
Het is raadzaam een onderhoudscontract af te sluiten met de aannemer die de afdichting heeft uitgevoerd voor regelmatige controle van deze afdichting, de waterafvoer en de eventuele ballast.
Continuïteit van de isolatie
De dakisolatie moet aansluiten op de isolatie van de muren en de koepels om de invloed van te vermijden.
Anticipatie van toekomstige werkzaamheden
Het is mogelijk om te anticiperen op de toekomstige isolatie van muren langs de buitenkant door middel van een dakoversteek.
Isolatie van de dakrand met oversteek voor latere isolatie van de gevelmuur
Welk soort isolatie en dikte moet ik kiezen voor het platte dak?
Bij plaatsing boven de dakvloer (warm dak en omkeerdak) moet deze bestand zijn tegen samendrukking (bijv.: kurk, cellenglas, houtvezel met hoge dichtheid, sommige polyurethanen, geëxtrudeerd polystyreen…).
Voor omkeerdaken moet de isolatie ook vochtbestendig zijn (geëxtrudeerd polystyreen).
Wanneer de isolatie van onderaf wordt geplaatst (compact dak), wordt soepele isolatie gebruikt (bijv.: glaswol, steenwol, houtwol, vlaswol, hennepwol, schapenwol, celluloseschuim…).
De warmtegeleidingscoëfficiënt λ (lambda) en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
λ (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R (uitgedrukt in m2K/W) geeft aan hoe groot de weerstand is tegen warmteverliezen via geleiding van een materiaallaag. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert
Diktes die nodig zijn om minimale thermische prestaties te bereiken: R ≥ 4 m2K/W
De isolatie bevindt zich boven de dakvloer en onder het waterdichte membraan.
Het is de betrouwbaarste methode om platte daken te isoleren, zowel bij renovatie als nieuwbouw. Bij renovatie wordt de isolatie boven het bestaande dakafdichtingsmembraan geplaatst, indien dit in goede staat is. Op de isolatiepanelen wordt een nieuw waterdicht membraan geplaatst.
1
2
3
4
5
Waterdichting
Isolatie
Dampscherm
Bestaande draagstructuur
Afwerking
Voordelen
Methode met het laagste risico op schade.
Als de helling onvoldoende is, kan deze met een geïntegreerde afschotisolatie verholpen worden.
Alle werkzaamheden worden van buitenaf uitgevoerd.
Indien in goede staat, kan de bestaande waterdichting als dampscherm worden hergebruikt.
Ballast is niet nodig.
Nadelen
Het afgewerkte dakvlak wordt verhoogd, waardoor aanpassingen van de koepels, deurdorpels en opstanden nodig zijn.
Als het architecturale uitzicht wijzigt, is een stedenbouwkundige vergunning vereist.
Verbetert de geluidsisolatie niet – het toevoegen van soepele isolatie onder de dakvloer kan dit probleem verhelpen.
2. Omkeerdak
De isolatie bevindt zich boven de dakvloer en het regenwerend membraan.
Deze methode wordt alleen toegepast op een zware constructie, die een overgewicht kan dragen en voldoende vlak is om waterstagnatie onder de isolatieplaten te voorkomen.
De isolatie, geëxtrudeerd polystyreen (XPS) in stijve platen wordt op de bestaande dakafdichtingsmembraan geplaatst, indien dit in goede staat is. Een ballastlaag (grind, betontegels…) houdt de isolatieplaten op hun plaats en beschermt ze tegen UV-stralen.
1
2
3
4
5
6
Ballast
Scheidingslaag
Isolatie
Regendichtheid
Bestaande draagstructuur
Afwerking
Voordelen
Alle werkzaamheden worden van buitenaf uitgevoerd.
Indien de bestaande regendichtheid in goede staat is en over een voldoende helling beschikt, kan ze hergebruikt worden en zowel de functie van dampscherm als die van regendichtheid vervullen.
Gemakkelijk uit te voeren, goedkoop.
Nadelen
Het afgewerkte dakvlak wordt verhoogd, waardoor aanpassingen van de koepels, deurdorpels en opstanden nodig zijn.
Als het architecturale uitzicht wijzigt, is een stedenbouwkundige vergunning vereist.
Minder efficiënt dan een warm dak omdat water binnendringt onder de isolatie die nat kan worden.
Verbetert de geluidsisolatie niet – het toevoegen van soepele isolatie onder de dakvloer kan dit probleem verhelpen.
Moeilijkheid om lekken op te sporen.
Onderhoud nodig vanwege de onontbeerlijke ballast.
3. Compact dak
De isolatie bevindt zich onder de vloer
Deze methode is alleen van toepassing op daken met een houten . De soepele isolatie wordt in de constructie aangebracht waarbij de gehele ruimte wordt opgevuld (zonder luchtlaag) en eronder een aan te brengen, rechtstreeks tegen de isolatie.
Deze techniek wordt gebruikt wanneer u thermische en akoestische isolatie van het dak wil combineren en kan een oplossing zijn bij renovatie, wanneer verhoging van het afgewerkte dakvlak onmogelijk is. Deze wordt evenwel niet aanbevolen boven vochtige ruimtes.
Om condensatieproblemen van de binnenlucht te voorkomen aan de onderzijde van de dakvloer, die onderhevig is aan temperatuurschommelingen, moet aan specifieke voorwaarden worden voldaan. Met name het dak moet aan de zon worden blootgesteld en vrij blijven (geen installatie van zonnepanelen of inrichting van een terras).
1
2
3
4
5
6
Waterdichting
Dakvloer
Isolatie
Bestaande dakstructuur
Vochtgestuurde damprem
Afwerking
Voordelen
Wijzigt het architecturaal uitzicht niet.
Ruimtebesparing door de isolatie in de beschikbare ruimte tussen de balken te plaatsen.
Vergemakkelijkt de controle van de staat van de dakvloer. Maakt het mogelijk om de waterdichting te behouden, als deze in goede staat is.
Goede akoestische prestaties indien de afwerking voldoende massa heeft en ontkoppeld is.
Vaak het zuinigst voor kleine oppervlakken.
Nadelen
Delicate methode die aan een specialist moet worden toevertrouwd (risico op inwendige condensatie).
Alleen van toepassing als het dak zon heeft en de ruimte over een goed ventilatiesysteem beschikt.
De binnenafwerking kan niet behouden blijven.
Wat is het verschil met een koud dak?
Het compacte dak lijkt op het vroegere koude dak, maar het grote verschil is dat de ruimte tussen de draagbalken volledig met thermische isolatie gevuld wordt en dat ze niet verlucht wordt met buitenlucht. In koude daken werd een geventileerde ruimte boven de isolatie geplaatst. De buitenlucht die erin circuleerde en condenseerde, veroorzaakte aanzienlijke schade.
Het koude dak, dat ten stelligste wordt afgeraden, wordt in België niet meer toegepast. Het is raadzaam een bestaand koud dak (herkenbaar aan de ventilatiepijpjes) om te vormen tot een warm dak of omkeerdak.
4. Gemengd dak
Er is een compromis te vinden tussen een warm dak en een compact dak, door een deel van de isolatie boven de dakvloer en een deel eronder aan te brengen. Dit zorgt voor de gewenste warmte-isolatieprestatie doordat de verhoging van het afgewerkte dakvlak beperkt wordt. Het is een veelgebruikte oplossing om akoestische en thermische isolatie te verenigen.
1
2
3
4
5
Nieuwe waterdichting
Isolatie met R2-waarde ≥ 1,5 keer R1-waarde
Eventuele bestaande waterdichting
Isolatie met R1-waarde
Vochtgestuurde damprem
De eenvoudige regel om condensatie in de wand te voorkomen
Problemen met inwendige condensatie worden vermeden als de R-waarde van de uitwendige isolatie 1,5 keer hoger is dan de R-waarde van de inwendige isolatie.
Welke premies voor het isoleren van het platte dak?
Er zijn 45 premies beschikbaar voor renovatie- en besparingswerkzaamheden. Ontdek een overzicht van alle beschikbare premies, kredieten en subsidies in onze Samenvatting van de Premies.
RENOLUTION-premies
Sinds 1 januari 2022 zijn de Energiepremies en de premies voor de renovatie van het woonmilieu en de verfraaiing van gevels samengevoegd tot één systeem: de RENOLUTION-premies.
Isolatie van een hellend dak: wat zijn de aandachtspunten?
Bij het herstellen van het dak moet de dakstructuur gecontroleerd worden en preventief behandeld tegen de aantasting door zwammen (meer bepaald de huiszwam), schimmels of insectenlarven.
Het onderdak, de isolatie en het dampscherm moeten ononderbroken geplaatst worden en zonder luchtspleet tussen de verschillende lagen.
Details en aansluitingen moeten correct uitgevoerd worden: kroonlijsten, schouw, dakramen, enz. Dit zijn de plaatsen waar de meeste lekken ontstaan.
Om de invloed van koudebruggen te vermijden, moet de dakisolatie aansluiten op de muurisolatie, maar ook op de dakramen door middel van isolerende kaders.
Het is mogelijk om te anticiperen op de toekomstige isolatie van de muren langs de buitenkant door middel van dakoversteken en kroonlijsten.
Er zijn isolatiematerialen met minerale grondstoffen (glaswol of rotswol), plantaardige grondstoffen (hout, vlas, hennep, cellulose, katoen…), dierlijke grondstoffen (schapenwol…) of synthetische grondstoffen (polyurethaan, geëxtrudeerd polystyreen…).
Neem de tijd om de prestaties en prijzen te vergelijken, evenals de toepassingsgebieden, milieukenmerken en akoestische eigenschappen.
De warmtegeleidingscoëfficiënt λ (“lambda”) en de warmteweerstand R laten toe de thermische prestaties van een isolatiemateriaal te beoordelen:
λ (uitgedrukt in W/mK) kenmerkt het vermogen van een lichaam om warmte te geleiden. Hoe kleiner λ, hoe beter het materiaal isoleert.
R (uitgedrukt in m²K/W) geeft aan hoe groot de weerstand is tegen warmteverliezen via geleiding van een materiaallaag. Hoe groter R, hoe beter de laag isoleert.
Diktes die nodig zijn om minimale thermische prestaties te bereiken: R ≥ 4 m²K/W
Soort isolatie
Los
Soepel
Hard
λ (W/mK)
min. dikte (cm)
μ sec
Glaswol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1,2 tot 1,5
Steenwol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1,2 tot 1,5
Houtvezelwol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
4
Hennepwol
((v))
((v))
((x))
0,039 tot 0,044
13 tot 18
1,2
Graswol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1
Cellulosewol
((v))
((v))
((x))
0,030 tot 0,045
13 tot 18
1 tot 2
Kurk
((v))
((x))
((v))
0,032 tot 0,045
13 tot 18
30
Polyurethaan (PUR / PIR)
((x))
((x))
((v))
0,023 tot 0,029
10 tot 12
30
XPS
((x))
((x))
((v))
0,029 tot 0,035
9,3 tot 13,7
80 tot 200
Een bestaande isolatie versterken
Als u een bestaande isolatie wil versterken, kunt u onder het dampscherm een beperkte isolatielaag aanbrengen: de thermische weerstand R van de isolatie boven het moet minstens 1,5 keer hoger zijn dan die van de isolatie eronder. Deze methode wordt afgeraden voor vochtige ruimtes.
Het hellend dak isoleren via de binnenzijde met platen
De isolatie wordt vaak in twee lagen geplaatst om goede thermische prestaties te behalen. Tussen de dakkepers komt een eerste laag soepele of halfharde isolatie, met dezelfde dikte als de kepers en tot tegen het onderdak. Een tweede laag wordt in een nieuwe structuur geplaatst, bij voorkeur loodrecht op de eerste, om de kepers te overlappen.
De dakbedekking kan behouden blijven, als er een onderdak in goede staat is.
Het uitzicht blijft ongewijzigd.
Goede akoestische prestaties als de binnenafwerking voldoende massa heeft en ontkoppeld is.
Geschikt voor doe-het-zelf.
Minder duur als het onderdak en de dakbedekking behouden kunnen blijven.
Nadelen
De binnenafwerking kan niet behouden blijven.
Verlies van binnenruimte.
Wanneer geen onderdak aanwezig is, vereist deze aanpak de volledige vernieuwing van het dak.
Het hellend dak isoleren via inblazing
Isolatie in bulk wordt ingeblazen in gesloten compartimenten die begrensd worden door het onderdak, de dakstructuur (verlengd door een hulpstructuur) en het dampscherm. Deze manier van isoleren moet door een vakman uitgevoerd worden.
De dakbedekking kan behouden blijven, als er een onderdak in goede staat is.
Het uitzicht blijft ongewijzigd.
Goede akoestische prestaties als de binnenafwerking voldoende massa heeft en ontkoppeld is.
Geschikt voor doe-het-zelf.
Minder duur als het onderdak en de dakbedekking behouden kunnen blijven.
Nadelen
De binnenafwerking kan niet behouden blijven.
Verlies van binnenruimte.
Wanneer geen onderdak aanwezig is, vereist deze aanpak de volledige vernieuwing van het dak.
Het hellend dak isoleren via de buitenzijde (sarkingdak)
Een dampscherm en de vormvaste isolatieplaten worden bovenop de draagstructuur geplaatst. Sommige geprefabriceerde panelen zijn al voorzien van een onderdak, en laten een snelle en eenvoudige plaatsing toe door een dakwerker.
De volledige ontkoppeling van het onderdak en de afwerking in combinatie met het gebruik van een soepel isolatiemateriaal zorgt voor een uitstekende akoestische verbetering.
Nadelen
Deze aanpak vereist de volledige vernieuwing van het dak.
Het uitzicht wijzigt (dakhoogte, hoogte en/of diepte van de kroonlijst), aandacht voor de aansluiting met de aanpalende woning : een stedenbouwkundige vergunning is vereist.
Probleem om de luchtdichtheid bij de kroonlijsten en puntgevels te garanderen.
Vanuit akoestisch oogpunt zijn stijve isolatieplaten geen goede keuze – een bijkomende laag soepele isolatie aan de onderzijde met ontkoppelde afwerkingen verbetert lichtjes de situatie (met aandacht voor de R-waarde).
De zoldervloer isoleren
Wanneer de zolder niet wordt ingericht, kan door het isoleren van de zoldervloer in plaats van de dakhellingen, het verwarmde volume beperkt worden en is het minder duur.
Deze optie wordt echter afgeraden wanneer de ketel of de ventilatiegroep zich op zolder bevindt en er buizen of leidingen door de vloer lopen; de perforatie van de geïsoleerde bouwschil en van de afdichtingslaag leidt tot koudebruggen en risico’s op inwendige condensatie.
Isoleren op de zoldervloer
Deze techniek is eenvoudig uit te voeren en behoudt de afwerking van het plafond van de benedenverdieping. Ze verkleint evenwel het opslagvolume.
Isoleren van de zolderstructuur (langs boven)
Met deze methode kan het plafond van de benedenverdieping behouden blijven zonder het opslagvolume te verkleinen. Omdat de plaatsing van een dampscherm delicaat is, wordt deze methode alleen gebruikt als er geen andere oplossing mogelijk is.
Isoleren van de zolderstructuur (langs onder)
Deze techniek werkt goed in combinatie met muurisolatie langs de binnenzijde. Met deze techniek kunnen de vloer van de zolder en het opslagvolume behouden blijven, maar moet het plafond worden hersteld.
Het isoleren van een betonnen vloer van onderaf is interessant om akoestische redenen, maar delicater (risico op condensatie). De isolatie moet aan een voorafgaande studie worden onderworpen.
NEDERLAND | Om war te begin ? Isolatie d’une toiture inclinée : premiers pas.
Assurez-vous tout d’abord que la couverture, la charpente et la sous-toiture de votre toit soient dans un état impeccable. Ce point est important car l’isolation de la toiture empêche sa ventilation : une infiltration d’eau ne sèchera pas et pourra entraîner des dégradations et des champignons.
Une personne avisée, en vaut deux
Prenez le temps de lire notre brochure Toiture inclinée , rénovation et isolation . Elle vous aide à comprendre en détail comment est construite votre toiture, comment fonctionne l’isolation et les types d’isolants disponibles. Vous pourrez ainsi faire les bons choix, contacter une entreprise qui pose le type d’isolant qui vous convient et échanger avec votre entrepreneur de manière efficace et… constructive.
Les primes en premier
La préparation prime l’action. Renseignez-vous sur les primes et les aides avant les travaux. Vous saurez ainsi à quoi vous en tenir au niveau budget, démarches et délais.
Urbanisme quand tu nous tiens
Si vous ne modifiez rien à l’extérieur et que votre habitation n’est pas classée vous ne devez a priori pas demander d’autorisation. Si vous isolez par l’extérieur ou que vous modifiez votre toiture, mieux vaut vous renseigner auprès de votre commune.
Welke premies voor het isoleren van mijn hellend dak in Brussel?
Er zijn 45 premies beschikbaar voor renovatie- en besparingswerkzaamheden. Ontdek een overzicht van alle beschikbare premies, kredieten en subsidies in onze Samenvatting van de Premies.
RENOLUTION-premies
Sinds 1 januari 2022 zijn de Energiepremies en de premies voor de renovatie van het woonmilieu en de verfraaiing van gevels samengevoegd tot één systeem: de RENOLUTION-premies.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaatinformatie op te slaan en/of te openen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen we gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een negatieve invloed hebben op bepaalde kenmerken en functies.
Functioneel
Altijd actief
Opslag of technische toegang is strikt noodzakelijk met het oog op het legitieme belang om het gebruik van een specifieke dienst mogelijk te maken die uitdrukkelijk is aangevraagd door de abonnee of internetgebruiker, of met als enig doel de overdracht van communicatie via een elektronisch-communicatienetwerk uit te voeren.
Voorkeuren
De opslag of technische toegang is noodzakelijk voor het legitieme belang van het opslaan van voorkeuren die niet worden gevraagd door de abonnee of persoon die de dienst gebruikt.
Statistieken
Technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.Opslag of technische toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Bij gebrek aan een dagvaarding, vrijwillige naleving door uw internetprovider of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die voor dit enige doel is opgeslagen of opgehaald, doorgaans niet worden gebruikt om u te identificeren.
Marketing
Opslag of technische toegang is nodig om internetgebruikersprofielen aan te maken om advertenties te verzenden, of om de internetgebruiker op een website of op meerdere websites met vergelijkbare marketingdoeleinden te volgen.